GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

donderdag 9 augustus 2012

Vissen en vriendschap…

Gisteren werd ik gebeld met de vraag of ik zin had om mee te gaan vissen. Als er één ding is dat mij totaal niet interesseert is het urenlang kijken op een dobber die op het water drijft. Ik heb medelijden met die arme vissen, die zich laten verschalken door het aas aan die dobber. Wat is het nut van vissen, vraag ik me af. Ik vraag het ook aan Jerome, bijgenaamd de Jomme. Jamaar, wij zetten die vissen terug, wij eten ze niet op hé, is z’n antwoord.
Dat vind ik dus helemaal van de pot gerukt. Je zal het maar meemaken dat je eerst een haak in je bek krijgt, bovengehaald wordt aan diezelfde haak om vervolgens met opengesperde bek naar adem te liggen happen. Waarna de visser, uit pure medelijden, de haak alsnog verwijderd. Om je terug in het water te gooien, wetende dat je binnen een kwartier terug aan z’n lijn zal hangen. Wat een sport hé?
De Jomme is niet akkoord. Beweert bij hoog en laag dat vissen geen gevoelens hebben. Daarvoor zijn hun hersens te klein. Ik geloof er niets van. Waarom zouden vissen geen gevoelens hebben? Ieder levend wezen zal wel ergens iets voelen, ook al beweert men van niet. Zelfs een mug heeft gevoelens, die zuigen het bloed uit m’n lijf, puur uit liefde. Warmbloedige liefde. Een middeleeuwse mini-aderlating…
Ik ben in heel m’n leven éénmaal mee geweest naar zo’n visvijver. Op een kerkhof was er meer lawaai dan aan die visput. Je kon er kiezen. Vis om mee te nemen naar huis of om terug te zetten. Betalen om vissen terug te zetten. Hoe gek is men dan? Als ik een vis wil, ga ik wel naar de viswinkel. Of het grootwarenhuis. Maar dan krijg ik weer medelijden met die arme kreeften die in een aquarium zitten met gladhelder water. Ze zitten met z’n vieren in een hoekje gedrumd. Kunnen geen kant op. Wachten als het ware op hun dood. Onherroepelijk. Ik zou ze willen bevrijden, terug in de zee zetten, daar horen ze thuis. Maar ik zie me nog niet over straat lopen met een emmer vol kreeften. Laat staan dat ik er de trein mee neem, richting Blankenberge. Om dan tot de conclusie te komen dat het zoetwaterkreeften zijn…
Nee, vissen is aan mij niet besteed. Ik vraag aan Jomme of het zo’n visvijver is waar men z’n mond moet houden en toelating moet vragen om te ademen. Vissen is concentratie en in een bibliotheek moet men ook zwijgen. Of in een kerk. Wat een vergelijking, bedenk ik mij. Nu begrijp ik waarom er altijd zulke stilte heerst in een gebedshuis. Ze vissen er naar zieltjes, nietwaar? Dat men in een bib stil moet zijn, vind ik niet meer dan normaal. Ik krijg het ook op m’n heupen als men voortdurend lawaai zit te maken. De schoolgaande jeugd zouden ze een stuk kleefband op de mond moeten plakken alvorens ze binnen te laten in het heilige der heiligen. Ik heb al eens geroepen dat er stilte moet heersen. Maar ik maakte daarbij zelf zoveel lawaai dat ik het absurde inzag van de situatie. Wat mij dan weer onbedaarlijk deed lachen, met afkeurende blikken van de bib-gemeenschap tot gevolg…

Jomme is kwaad op mij. Wat voor een vriend ben jij, is z’n vraag. Je zit altijd te klagen dat je bijna niet buiten komt en nu je de kans krijgt, wil je niet mee? Ik wil wel mee, maar niet gaan vissen. ’t Zegt me niets, kunnen we iets anders doen? Een museum bezoeken, een wandeling in de polders, een terrasje doen? Of de kerncentrale van Doel bezetten? De dieren in de Zoo van Antwerpen los laten? Er zijn zoveel dingen die men kan doen hé? Genieten van een zonsondergang? De zon die ondergaat boven de Schelde, is toch ook prachtig? Maar dat zou ik willen doen met een mooie of minder mooie vrouw aan m’n zijde, als ze maar romantisch aangelegd is. Met Jomme zie ik dat niet zo zitten, ’t is nu niet bepaald moeders mooiste. En ik ben lesbisch omdat ik voor de vrouwen ben…
Jomme heeft ingehaakt, al vloekend dat er met mij niet te praten valt. Je moet toch altijd het laatste woord hebben. En als je nog eens boodschappen moet doen, mag je te voet gaan. M’n auto is geen taxi…

Prachtig toch? Vriendschap, waar begint het en waar houdt het op? Heb ik nu m’n vriend in de steek gelaten? Was dit een test om te zien of ik wel een echte vriend ben? Jomme weet verdomd goed hoe ik tegenover dierenleed sta. Of was het een bevlieging omdat hij geen zin had om alleen te gaan vissen? Wie zal het zeggen hé?

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage