Koning Winter heeft eindelijk z’n blijde intrede in ons dierbaar landje gedaan. Een vorst waardig, met vriestemperaturen die gewillig onder de tien graden en meer gaan. Prins Wind speelt het spelletje mee en zorgt ervoor dat het nog kouder wordt. Een snijdende en bijtende wind, waarvan m’n oren tuiten, m’n handen en voeten aanvoelen als blokken meegezeulde ijs. De ijsberg waar honderd jaar geleden de Titanic tegenaan voer, is er niets tegen.
Maar ik klaag niet, het enige minpuntje is de totale afwezigheid van een maagdelijk wit tapijt. De Nederlanders dromen, zoals ieder jaar als het een beetje vriest, over hun roemrijke Elfstedentocht. Het zou wat geven moest er daar ooit eens een Belg gaan winnen. Maar blijkbaar hebben wij geen schaatsers die opgewassen zijn tegen de met schaatsen geboren Nederlanders. Ik doe m’n hoed af voor degenen die de Elfstedentocht uitrijden of moet ik zeggen uitschaatsen. Ooit heb ik de toekomstige koning der Nederlanden zien meeschaatsen, met in z’n kielzog de staatsveiligheid die hem amper konden bijhouden. De prins had er duidelijk lol in. Er was, bij mijn weten, toen nog geen sprake van Maxima…
Ik vraag me af waarom wij in Vlaanderen zoiets niet organiseren. Bij gebrek aan dichtgevroren riviertjes? Hier beperkt zich het schaatsen tot een ijspiste op de Grote Markt. Beperkt in ruimte en in tijd. We hebben goede voetballers en nog betere wielrenners, maar schaatsers? Buiten een Vanden Perre, maar die kent bijna niemand. In Nederland worden de schaatsers op handen gedragen. Telkens is er een nieuwe generatie die de lat een stukje hoger legt. Ik kijk er graag naar en zeker als er eentje onderuit gaat. Spektakel gegarandeerd.
Ik heb het ooit eens geprobeerd. Ze hadden mij wijsgemaakt dat schaatsen hetzelfde is als met de fiets rijden of rolschaatsen. Sjonge, was dat een tegenvaller. Het begon al met die verdomde schaatsen aan te trekken. Of mijn voeten waren te groot of m’n schaatsen waren te klein. Na lang wringen geraakte ik er toch in. Probleem was hoe geraak ik potdorie op die ijsbaan. Twee vriendinnen van mij hielpen mij op de weg. Hielden me zelfs vast tussen hen in. Gaven mij zo de snelheid van het licht. Tot ze mij plots loslieten en ik op eigen benen moest schaatsen. Manlief, ik ging daar met een rotvaart en wist niet eens hoe ik moest afremmen, laat staan hoe ik moest stoppen. Ik zag de reclamepanelen met de seconde groter en groter worden. De andere schaatsers brachten hun wijsvinger naar hun voorhoofd. Ik kon zelfs m’n middelvinger niet opsteken. Al molenwiekend ben ik tegen een reclamepaneel van Begrafenisondernemer Cloedt en Zonen gebotst. Een goddelijke vingerwijzing die kon tellen. Moesten die drie mensen die ik onderuit gemaaid had er niet gestaan hebben, ik was waarschijnlijk los door het paneel gegaan en negen kansen op tien in de cafetaria terecht gekomen. Omdat ik nogal een pragmatisch denker ben had ik wellicht een warme chocomelk besteld…
Sedertdien geloof ik niemand nog die mij komt vertellen dat schaatsen hetzelfde is als rolschaatsen of fietsen. ’t Is een kunst apart en zeker in mijn geval. Laatst was ik een videootje aan ’t bekijken van André Rieu. Met de schaatsers van Holliday on Ice. Ik vroeg me constant af wat er zou gebeuren als er eentje de maat van de Weense wals niet kon houden en de hele meute mee zou sleuren de dieperik in. Een bloederig tafereel ontvouwde zich voor m’n ogen. Vlijmscherpe schaatsen die lijf en leden van het dolenthousiaste publiek in mootjes hakten. De gebroeders Strauss draaiden zich om hun graf. Ge zult maar gevierendeeld worden op de tonen van de Radetzkymars of de Schone Blauwe Donau. Die nadien omgetoverd wordt tot de Schone Rode Donau. Om maar te zeggen dat ik helemaal anders aankijk tegen een optreden van Holliday on Ice bij Rieu. Ik zie mezelf al molenwiekend een walske doen met die ervaren schaatsers. Wederom spektakel gegarandeerd. Rieu gaat er prat op, en ’t klopt nog ook, dat hij de klassieke muziek dichter bij het volk brengt. Welnu, ik zou het schaatsen ook dichter bij het volk brengen. Zo dicht zelfs dat ze mij kunnen aanraken. Een god aanraken is niet voor iedereen weggelegd. En dan nog ene met schaatsen aan z’n zweetvoeten lijkt me toch wel het ultieme wat een mens in z’n nietszeggend leventje kan bereiken. Gelukkig voor zij die niet geloven, ik ben niet van plan om een eventuele loopbaan op schaatsen te beginnen. Na het debacle op die ijspiste in Brugge heb ik noot meer geschaatst en ook niet meer gerolschaatst. Gefietst heb ik wel nog gedaan tot ik op een mooie lentedag in de haag terecht kwam. Evenwichtsstoornissen. M’n dochter is nog altijd op zoek naar de fietsbel die plots verdwenen was…Maar da’s een ander verhaal…
©GoNo
GoNo's Gedichten & Verhalenhoek
De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.
donderdag 2 februari 2012
zaterdag 28 januari 2012
Tussen pot en kookboek…
Overal waar ik kom, word ik rond de oren geslagen met kookboeken. ’t Is nog niet genoeg dat iedere televisiezender een kookprogramma heeft, nee, ik zal en moet leren koken. De eerste kookprogramma’s werden gemaakt uitsluitend voor de vrouw aan de haard. Met het kookboek van de Boerinnenbond als leidraad. In lang vervlogen tijden. Nu loopt de televisie over van al die zogenaamde gerennomeerde koks. En het floreet, gezien de tegenwoordige bestsellers bijna allemaal kookboeken zijn. Vroeg of laat zal Hollywood een verfilming maken van een compleet kookboek. Met twee acteurs. Een kok en een hulpje. Lijkt me handig om later een honderdtal sequels te maken. Ze kunnen er misschien een thriller van maken. Snijdt de beroemde kok in z’n vingers of snijdt hij z’n hulpje de keel door? De kip op het aanrecht opteert voor het tweede. Maar die moet zwijgen want reeds enige uren dood…
Gisteren zag ik een kok een uileg doen waarvan ik de helft niet begreep. De man in kwestie is een Brusselaar. Z’n ganse uitleg over hoe je in weze een simpel gerecht zoals Gentse waterzooi moet klaarmaken, was doorspekt met Brussels dialect. Op zich een sappig taaltje, maar niet zo handig als men een kookprogramma presenteert. Al goed dat ik lang geleden drie jaar in Schaarbeek gewoond heb. ’t Kan zijn dat dit programma een culturele meerwaarde heeft en ook zo bedoeld is, maar toch. Ik heb wijselijk besloten om toch maar te zappen. Voilà, twee zenders verder stuit ik op ons alller Piet Huysentruyt. De man, het schoolvoorbeeld van hoe een kok moet presenteren. Gewoon doen, een man des volks. Spijtig dat hij telkens aan z’n slachtoffers vraagt wat ze geleerd hebben. Hoezo geleerd? Na de zoveelste heropname van take 2, weten de meesten nog altijd niet waar de knop staat om hun gasvuur hoger of lager te zetten. Als ik al die gerechten de revue zie passeren, vraag ik me af of al die mensen nu ook daadwerkelijk achter het fornuis kruipen. Ge moet al een goedgevulde portemonnee hebben om telkenmale zoiets heerlijks op uw tafel te toveren. En ook de tijd hé? Er is een kok die beweert dat iedereen kan koken. Kan zijn, maar waarom zijn er dan koksscholen? Als het allemaal zo gemakkelijk is, kan ik evengoed leren koken met gewoon te kijken naar mama Miracoli of de reclame van pakweg Liebig Bouillonblokjes.
’t Is crisis en de mensen komen amper toe om iedere dag een warme maaltijd op tafel te zetten. Hoeveel mensen slaan het ontbijt over? We moeten allemaal aan onze gezondheid denken, we worden te dik, gaan allemaal een hartinfarct krijgen als we niet oppassen met onze voeding. En wat zien we op tv? De ene caloriebom na de andere…
Als je tegenwoordig geen vijftig kookboeken in huis hebt, bekijken ze je alsof je een cultuurbarbaar bent. Ik begin er stilletjes aan te denken om ook een kookboek te maken. Op het internet vind je miljoenen recepten. Wie kan en zal beweren dat ik die niet allemaal uitgetest heb? ’t Zal een mooi kookboek worden, met fotootje erbij en een woordje uitleg over hoe en waar het recept ontstaan is. Een beetje research zal volstaan om van mij een gerenomeerde kok te maken. Een expert in de gastronomische kunst. Op de volgende Boekenbeurs zullen er lange rijen staan aan te schuiven om een glimp en een handtekening van mij te vangen. Ik zal daaar met een welwillende glimlach m’n kookboek signeren. Met in m’n achterhoofd: kassa, kassa!
( tussen haakjes) Ik heb een getuigschrift van hulpkok industriële keuken.
©GoNo
Gisteren zag ik een kok een uileg doen waarvan ik de helft niet begreep. De man in kwestie is een Brusselaar. Z’n ganse uitleg over hoe je in weze een simpel gerecht zoals Gentse waterzooi moet klaarmaken, was doorspekt met Brussels dialect. Op zich een sappig taaltje, maar niet zo handig als men een kookprogramma presenteert. Al goed dat ik lang geleden drie jaar in Schaarbeek gewoond heb. ’t Kan zijn dat dit programma een culturele meerwaarde heeft en ook zo bedoeld is, maar toch. Ik heb wijselijk besloten om toch maar te zappen. Voilà, twee zenders verder stuit ik op ons alller Piet Huysentruyt. De man, het schoolvoorbeeld van hoe een kok moet presenteren. Gewoon doen, een man des volks. Spijtig dat hij telkens aan z’n slachtoffers vraagt wat ze geleerd hebben. Hoezo geleerd? Na de zoveelste heropname van take 2, weten de meesten nog altijd niet waar de knop staat om hun gasvuur hoger of lager te zetten. Als ik al die gerechten de revue zie passeren, vraag ik me af of al die mensen nu ook daadwerkelijk achter het fornuis kruipen. Ge moet al een goedgevulde portemonnee hebben om telkenmale zoiets heerlijks op uw tafel te toveren. En ook de tijd hé? Er is een kok die beweert dat iedereen kan koken. Kan zijn, maar waarom zijn er dan koksscholen? Als het allemaal zo gemakkelijk is, kan ik evengoed leren koken met gewoon te kijken naar mama Miracoli of de reclame van pakweg Liebig Bouillonblokjes.
’t Is crisis en de mensen komen amper toe om iedere dag een warme maaltijd op tafel te zetten. Hoeveel mensen slaan het ontbijt over? We moeten allemaal aan onze gezondheid denken, we worden te dik, gaan allemaal een hartinfarct krijgen als we niet oppassen met onze voeding. En wat zien we op tv? De ene caloriebom na de andere…
Als je tegenwoordig geen vijftig kookboeken in huis hebt, bekijken ze je alsof je een cultuurbarbaar bent. Ik begin er stilletjes aan te denken om ook een kookboek te maken. Op het internet vind je miljoenen recepten. Wie kan en zal beweren dat ik die niet allemaal uitgetest heb? ’t Zal een mooi kookboek worden, met fotootje erbij en een woordje uitleg over hoe en waar het recept ontstaan is. Een beetje research zal volstaan om van mij een gerenomeerde kok te maken. Een expert in de gastronomische kunst. Op de volgende Boekenbeurs zullen er lange rijen staan aan te schuiven om een glimp en een handtekening van mij te vangen. Ik zal daaar met een welwillende glimlach m’n kookboek signeren. Met in m’n achterhoofd: kassa, kassa!
( tussen haakjes) Ik heb een getuigschrift van hulpkok industriële keuken.
©GoNo
donderdag 26 januari 2012

Aan de lijn met de Lijn…
“ Meneer, ik bel u in verband met de openstaande vacature van administratief bediende.”
“ Euh, ik zal u doorverbinden met de personeelsdienst, blijft u even aan de lijn?”
Stomme vraag, ik ben verplicht om aan de lijn te blijven…
De baliebediende wacht niet op m’n antwoord, ik word in standby gezet en hoor één of andere symfonie van Mozart of von Beethoven. Daar gaan we weer, denk ik in stille berusting. De klok tikt de minuten weg, time is inderdaad money.
“ Er zijn nog zes wachtenden voor u, gelieve even geduld te hebben, u wordt dadelijk doorverbonden…”
Ik wil roepen dat m’n geduld grenzen heeft, maar ’t zal niet veel zin hebben, vermoed ik.
“ Er zijn nog vier wachtenden voor u….enzovoort, blablabla…”
’t Gaat goed vooruit, moet ik zeggen, bijna aan mij. Ik overloop nog eens mijn cv, kwestie van op al hun eventuele vragen te kunnen antwoorden. Mijn oor begint stilletjes tekenen van vermoeidheid te vertonen door de krampachtige houding die ik aanneem om toch maar het begin van de conversatie niet te willen missen.
“ Hallo, met Bart van de personeelsdienst, met wat kan ik u helpen?”
Met een pak friet met stoofvlees en mayonaise wil ik bijna zeggen. Schiet ineens in m’n gedachten.
“ Ik bel u aangaande de openstaande betrekking van administratief bediende. Ik heb m’n cv doorgetuurd naar uw diensten en ik moest contact opnemen om een persoonlijk gesprek vast te leggen…”
“ Zozo, en uw naam is?”
Ik geef m’n naam door, het blijft eventjes stil aan de andere kant van de lijn, bij de Lijn.
“ Meneer, hoe staat u tegenover stakingen?” Deze vraag heb ik niet voorzien. Het overvalt me een beetje, wat moet ik hier op antwoorden?
“ Stakingen zijn het ultieme wapen om alsnog z’n gelijk te halen. Maar ik ben tegen wilde stakingen, meestal is de reiziger de pineut…”zeg ik in eer en geweten.
“ Moest de Lijn staken, zou u dan mee staken?” De vraag wordt gesteld met enige aandrang alsof zijn en mijn leven er vanaf hangt.
“ Ik zou er alles aan doen om toch maar op m’n werk te geraken, desnoods neem ik een taxi…”
Stilte aan de overkant. Zo’n trouwe bediende komen ze waarschijnlijk niet vaak tegen…
“ Hallo, bent u er nog?”vraag ik ook met enige aandrang.
“ Euh, jawel, maar ik overleg even met mijn collega, de hoorn niet neerleggen hé?”
Zal ik zeker niet doen want ik bel met mijn mobieltje. De minuten tikken aardig door, de rekening zal navenant zijn. Een gratis abonnement zou een mooie geste zijn vanwege de Lijn, denk ik.
“ Meneer, hallo?”
“ Ja, Bart, zegt u het maar…”
Direct de familiale tour opgaan, ’t schept een band van wederzijds vertrouwen. Waarom gaf hij anders z’n naam hé?
“ Ik zie hier op uw cv staan dat u een 55+ bent. Wij zoeken voor ons bedrijf een jongere kracht. Maar we laten u nog iets weten in geval u toch weerhouden bent. Nog een prettige dag verder..”
Ik krijg de kans niet om hem te feliciteren om zoveel transparantie en openheid. De verbinding wordt verbroken en laat mij achter met een “ tuut-tuut”.
Eventjes kijken wat dit gesprekje mij gekost heeft. 12,92€. Moet er nog zand zijn, vroeg de woestijnbewoner aan de stofzuigerverkoper…
©GoNo
woensdag 25 januari 2012
Bompa is een brompot (zegt m’n kleindochter van vier…)
Ik begin me af te vragen of het inherent aan het oud worden zijn om meer en meer te zagen. Zonder er bij stil te staan, bijna onbewust, loop ik soms te knorren als een oude brombeer. Ik kan m’n draai niet meer vinden in deze maatschappij, die er enkel op gericht is om mensen aan te zetten tot overconsumptie. Presteren tot je erbij neervalt.
Straks moeten er geen pensioenen meer betaald wordenn gezien de overgrote meerderheid al lang de pijp zal uit zijn. We worden ouder en ouder, in vergelijking met pakweg een eeuw geleden. Dat heeft gevolgen voor de pensioenkassen die leeg zijn. Ik hoor altijd maar dezelfde vraag: wie zal dat betalen? Vertel me dan eens waar al onze bijdragen gebleven zijn? In de bodemloze put van potverteerders? We moeten met z’n allen de broeksriem aanspannen, de tering naar de nering zetten. Maar als de tweeverdieners het nu ook al moeilijk beginnen te krijgen, klopt er iets niet. Lees er de krant maar eens op na. Ze slaan je constant met allerlei verdoken belastingen om de oren. Op de ene bladzijde zeggen onze teerbeminde regeerders dat ze vijf miljoen moeten vinden om de begroting in evenwicht te brengen. Ze hebben een even grote som nodig om de stemcomputers te vernieuwen. Anders moeten we gaan stemmen met potlood en papier. Men kan nostalgisch zijn, maar ze moeten nu ook weer niet overdrijven hé? Ze zoeken waar er eventueel nog bezuinigd kan worden. Op de andere pagina zeggen ze dat het geen probleem is om vijf miljoen te vinden om aan een godvergeten land te schenken in de vorm van ontwikkelingshulp. Begrijpe wie kan…
Ik snap niet goed waar ze al dat geld om weg te schenken blijven halen. Als je bedenkt wat je allemaal zou kunnen doen om de armen onder ons hiermee te helpen. Als de ouders arm zijn, zijn de kinderen het ook. Investeer dat verdomde weggesmeten geld in een degelijk onderwijssysteem, gekoppeld aan de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen zin om mensen af te laten studeren in de Romaanse filosofie of wijsbegeerte. Om ze nadien een job te geven als vuilnisophaler. Met als dooddoener dat je content moogt zijn dat je een job hebt. Ik ken iemand die tot z’n vierentwintig gestudeerd heeft en nu werkt bij de McDonald. Op de vraag of hij gelukkig is, bekijkt hij me steevast alsof hij een rund is die naar het slachthuis gevoerd zal worden. ’t Zal verband houden met de hamburgers die hij heden ten dage met een obligatoire glimlach moet verkopen…
’t Is crisis, dat hoor ik nu al van 2008. We zijn intussen 2012. in de jaren ’70 was er ook een crisis. Toen de olieproducerende landen (OPEC) de oliekranen dicht draaiden. België ging er toen prat op dar er weinig kon gebeuren. Het zou zo’n vaart niet lopen. Tot men tot de conclusie kwam dat ze geen oliereserves aangelegd hadden. Foutje bij de uitvoering van hun regeerakkoorden. Op papier bestonden die wel, maar in de praktijk?
’t Deed me denken aan de Russen, toen nog gezegend met het communisme, hun vijf-en tienjarenplannen. We hebben gezien tot wat het geleid heeft. Hier leeft men ook van dag tot dag. Een lange termijnvisie is teveel gevraagd. Men begint hier pas te dweilen als er een tsunami gepasseerd is…
Zie, ik ben weer de brompot aan het uithangen. Ik zie alleen nog maar de negatieve aspecten van de maatschappij. Na de Tweede Wereldoorlog in de vorige eeuw, hoopten we met z’n allen op een betere maatschappij. De kloof tussen arm en rijk zou eens en voor altijd gedicht worden. Kijk waar we nu staan…
©GoNo
Straks moeten er geen pensioenen meer betaald wordenn gezien de overgrote meerderheid al lang de pijp zal uit zijn. We worden ouder en ouder, in vergelijking met pakweg een eeuw geleden. Dat heeft gevolgen voor de pensioenkassen die leeg zijn. Ik hoor altijd maar dezelfde vraag: wie zal dat betalen? Vertel me dan eens waar al onze bijdragen gebleven zijn? In de bodemloze put van potverteerders? We moeten met z’n allen de broeksriem aanspannen, de tering naar de nering zetten. Maar als de tweeverdieners het nu ook al moeilijk beginnen te krijgen, klopt er iets niet. Lees er de krant maar eens op na. Ze slaan je constant met allerlei verdoken belastingen om de oren. Op de ene bladzijde zeggen onze teerbeminde regeerders dat ze vijf miljoen moeten vinden om de begroting in evenwicht te brengen. Ze hebben een even grote som nodig om de stemcomputers te vernieuwen. Anders moeten we gaan stemmen met potlood en papier. Men kan nostalgisch zijn, maar ze moeten nu ook weer niet overdrijven hé? Ze zoeken waar er eventueel nog bezuinigd kan worden. Op de andere pagina zeggen ze dat het geen probleem is om vijf miljoen te vinden om aan een godvergeten land te schenken in de vorm van ontwikkelingshulp. Begrijpe wie kan…
Ik snap niet goed waar ze al dat geld om weg te schenken blijven halen. Als je bedenkt wat je allemaal zou kunnen doen om de armen onder ons hiermee te helpen. Als de ouders arm zijn, zijn de kinderen het ook. Investeer dat verdomde weggesmeten geld in een degelijk onderwijssysteem, gekoppeld aan de arbeidsmarkt. Het heeft totaal geen zin om mensen af te laten studeren in de Romaanse filosofie of wijsbegeerte. Om ze nadien een job te geven als vuilnisophaler. Met als dooddoener dat je content moogt zijn dat je een job hebt. Ik ken iemand die tot z’n vierentwintig gestudeerd heeft en nu werkt bij de McDonald. Op de vraag of hij gelukkig is, bekijkt hij me steevast alsof hij een rund is die naar het slachthuis gevoerd zal worden. ’t Zal verband houden met de hamburgers die hij heden ten dage met een obligatoire glimlach moet verkopen…
’t Is crisis, dat hoor ik nu al van 2008. We zijn intussen 2012. in de jaren ’70 was er ook een crisis. Toen de olieproducerende landen (OPEC) de oliekranen dicht draaiden. België ging er toen prat op dar er weinig kon gebeuren. Het zou zo’n vaart niet lopen. Tot men tot de conclusie kwam dat ze geen oliereserves aangelegd hadden. Foutje bij de uitvoering van hun regeerakkoorden. Op papier bestonden die wel, maar in de praktijk?
’t Deed me denken aan de Russen, toen nog gezegend met het communisme, hun vijf-en tienjarenplannen. We hebben gezien tot wat het geleid heeft. Hier leeft men ook van dag tot dag. Een lange termijnvisie is teveel gevraagd. Men begint hier pas te dweilen als er een tsunami gepasseerd is…
Zie, ik ben weer de brompot aan het uithangen. Ik zie alleen nog maar de negatieve aspecten van de maatschappij. Na de Tweede Wereldoorlog in de vorige eeuw, hoopten we met z’n allen op een betere maatschappij. De kloof tussen arm en rijk zou eens en voor altijd gedicht worden. Kijk waar we nu staan…
©GoNo
maandag 23 januari 2012
Van krulstaartvisje tot madeliefvisje…
Het krulstaartvisje is één van de weinige visjes die paren door middel van hun staartje. Hun staartje, dat de vorm heeft van krulletje, haakt zich in het krulstaartje van het vrouwtje vast. Wat er dan gebeurt, hoeft geen tekeningetje. Het vrouwtje kronkelt zich in alle bochten om van dat mannelijk aanhangsel verlost te zijn. Het helpt geen moer. Eens het mannelijk krulstaartje zich als het ware vastgebeten heeft, laat hij nooit meer los. Of het moet zijn dat hij opgevreten wordt door een grotere vis. Wat meerdere malen al gebeurd is. In het vuur van zijn liefdespel onderschat hij soms de gevaren die hem omringen.
De krulstaartvisjes leven meestal tussen de koraalriffen. Samen met de papegaaivis en de trompetvogelvis. Deze twee vissen zijn geen vijanden van de krulstaartvisjes. Ze leven in harmonie met elkaar. Wat men niet kan zeggen van de harpoenvis. Die schiet een giftige stekel af, in de vorm van een harpoen, op z’n prooi. De stekel is verbonden met een zijdeachtige draad. De harpoenvis hoeft alleen maar de draad binnen te halen en z’n prooi op te vreten. Meer moet dat niet zijn.
De schobbejakvis is een vis die altijd op de loer ligt om andermans eten te pikken. Is geweldig snel en schiet als een raket door het water. Lijkt een beetje op een piranha met een vals gebit. Ziet er verwijfd uit met z’n volle lippen, maar is het helemaal niet. Toch niet allemaal. Er zullen wel homofiele vissen bestaan, maar die hebben dezelfde rechten als de heterovissen. Vroeg of laat worden ze opgegeten door een grotere vis. De wet van de sterkste.
De pastoorvis, de kardinaalvis en de patervis zijn meestal te vinden waar de vissen hun eitjes droppen. Vroeg begonnen is half gewonnen. Ze eten de eitjes niet op. Ze koesteren ze alsof ze hun eigen kinderen waren. Met alle gevolgen vandien en vandaar. Ze krijgen al gauw de naam van pedovissen. Worden met een scheef oog bekeken door de vispopulatie. Zeker door de éénoogvis, die gevaarlijk kan uithalen met z’n één oog ingekapseld in een soort schelp. Maar meestal gebeurt er weinig of niets, gezien hij z’n één oog dicht doet en op de tast oogstoten heeft.
Dan hebben we het nog niet over de aprilvis gehad. Die bestaat dus echt. Die paart maar een keer in het jaar. Juist, in april, vandaar de originele naam. De paartijd duurt de hele verdomde maand. De vis is na afloop zo moe dat het hem allemaal niet meer kan schelen of hij nu opgevreten wordt of niet. Hoe zoudt ge zelf zijn nietwaar?
De bobbelvis is ook een geval apart. Bij mijn weten ken ik maar één vis die allergisch is aan water. Houdt zich schuil in ondiepe wateren. Komt ’s nachts aan land en schuurt zich tegen de rotsen. Ik kan u verzekeren dat een vis met jeuk geen appetijtelijk zicht is. Bloederig zelfs. Waarna hij bij het ochtendgloren terug het water in moet en z’n lijdensweg opnieuw begint. De inboorlingen die hem vangen, gooien hem stantepede terug. Ze denken dat hij een afgezant van de duivel is. Als men er van eet, wat vroeger meermaals gebeurde door de Spaanse conquistadoren, krijgt men na een paar uren afzichtelijke puisten. Die een geur verspreiden van rotte eieren en rotte vis. Dat laatste moet men met een korreltje zout nemen, zo erg ruikt het nu ook weer niet…
Het madeliefvisje is feitelijk geen visje, maar een kwalletje. Een onooglijk klein kwalletje dat bij gevaar zich kan opblazen tot de grootte van een volwassen voetbal. Nooit aanraken, want het madeliefvisje ontploft en laat een groene smurrie achter die ge zelfs met vernieuwde waspoeder niet wegkrijgt.
De zee heeft nog vele geheimen, die ze maar met mondjesmaat prijsgeeft…
©GoNo
De krulstaartvisjes leven meestal tussen de koraalriffen. Samen met de papegaaivis en de trompetvogelvis. Deze twee vissen zijn geen vijanden van de krulstaartvisjes. Ze leven in harmonie met elkaar. Wat men niet kan zeggen van de harpoenvis. Die schiet een giftige stekel af, in de vorm van een harpoen, op z’n prooi. De stekel is verbonden met een zijdeachtige draad. De harpoenvis hoeft alleen maar de draad binnen te halen en z’n prooi op te vreten. Meer moet dat niet zijn.
De schobbejakvis is een vis die altijd op de loer ligt om andermans eten te pikken. Is geweldig snel en schiet als een raket door het water. Lijkt een beetje op een piranha met een vals gebit. Ziet er verwijfd uit met z’n volle lippen, maar is het helemaal niet. Toch niet allemaal. Er zullen wel homofiele vissen bestaan, maar die hebben dezelfde rechten als de heterovissen. Vroeg of laat worden ze opgegeten door een grotere vis. De wet van de sterkste.
De pastoorvis, de kardinaalvis en de patervis zijn meestal te vinden waar de vissen hun eitjes droppen. Vroeg begonnen is half gewonnen. Ze eten de eitjes niet op. Ze koesteren ze alsof ze hun eigen kinderen waren. Met alle gevolgen vandien en vandaar. Ze krijgen al gauw de naam van pedovissen. Worden met een scheef oog bekeken door de vispopulatie. Zeker door de éénoogvis, die gevaarlijk kan uithalen met z’n één oog ingekapseld in een soort schelp. Maar meestal gebeurt er weinig of niets, gezien hij z’n één oog dicht doet en op de tast oogstoten heeft.
Dan hebben we het nog niet over de aprilvis gehad. Die bestaat dus echt. Die paart maar een keer in het jaar. Juist, in april, vandaar de originele naam. De paartijd duurt de hele verdomde maand. De vis is na afloop zo moe dat het hem allemaal niet meer kan schelen of hij nu opgevreten wordt of niet. Hoe zoudt ge zelf zijn nietwaar?
De bobbelvis is ook een geval apart. Bij mijn weten ken ik maar één vis die allergisch is aan water. Houdt zich schuil in ondiepe wateren. Komt ’s nachts aan land en schuurt zich tegen de rotsen. Ik kan u verzekeren dat een vis met jeuk geen appetijtelijk zicht is. Bloederig zelfs. Waarna hij bij het ochtendgloren terug het water in moet en z’n lijdensweg opnieuw begint. De inboorlingen die hem vangen, gooien hem stantepede terug. Ze denken dat hij een afgezant van de duivel is. Als men er van eet, wat vroeger meermaals gebeurde door de Spaanse conquistadoren, krijgt men na een paar uren afzichtelijke puisten. Die een geur verspreiden van rotte eieren en rotte vis. Dat laatste moet men met een korreltje zout nemen, zo erg ruikt het nu ook weer niet…
Het madeliefvisje is feitelijk geen visje, maar een kwalletje. Een onooglijk klein kwalletje dat bij gevaar zich kan opblazen tot de grootte van een volwassen voetbal. Nooit aanraken, want het madeliefvisje ontploft en laat een groene smurrie achter die ge zelfs met vernieuwde waspoeder niet wegkrijgt.
De zee heeft nog vele geheimen, die ze maar met mondjesmaat prijsgeeft…
©GoNo
Dromen mag dat nog?
Geef de wereld terug aan de kinderen
geef ze speelruimte in de grote steden
in plaats van hun ontwikkeling te verhinderen
laat ze gewoon genieten van hun eigen heden
leer ze de natuur naar waarde schatten
geen bomen en planten gemaakt van plastic
in plaats hen voor een pc te laten plakken
leer ze luisteren naar de vogels hun muziek
overspoel ze niet langer met zinloze dingen
teveel voor de hersencellen in een kinderbrein
’t is misschien beter om kinderliedjes te zingen
’t moet niet altijd K3,Samson of MegaMindy zijn
laat een school er zijn om te leren hoe men later
respect opbrengt voor al het goede op deze planeet
dat een mens voor een groot deel bestaat uit water
men morsdood en vergeten is voor men ’t weet…
©GoNo
geef ze speelruimte in de grote steden
in plaats van hun ontwikkeling te verhinderen
laat ze gewoon genieten van hun eigen heden
leer ze de natuur naar waarde schatten
geen bomen en planten gemaakt van plastic
in plaats hen voor een pc te laten plakken
leer ze luisteren naar de vogels hun muziek
overspoel ze niet langer met zinloze dingen
teveel voor de hersencellen in een kinderbrein
’t is misschien beter om kinderliedjes te zingen
’t moet niet altijd K3,Samson of MegaMindy zijn
laat een school er zijn om te leren hoe men later
respect opbrengt voor al het goede op deze planeet
dat een mens voor een groot deel bestaat uit water
men morsdood en vergeten is voor men ’t weet…
©GoNo
zondag 22 januari 2012
Cruise-Control
Hé, kapitein met je playboylach
je bent de eerste aan wal
terwijl de rest verzuipen mag
kapitein en bemanning eerst van boord
van vrouwen en kinderen nooit gehoord
ze redden het wel zonder mij, dacht de schipper naast God
de beste stuurlui staan wal, riep hij hard hij tot afscheid en slot
daarbij, ‘k viel per ongeluk in de reddingsboot
toen ik van m’n gekapseisde schip afschoot
die rotsen stonden niet vermeld op m’n zeeroverskaart
‘k wou een bestelling doen bij de bakker, een grote taart
een metertje of twee naar rechts, zei hij onverstoord
maar wat is weeral ’t verschil tussen bak-en stuurboord
‘k duwde nog op ‘t rempedaal, maar ’t heeft niet mogen zijn
m’n cruiseschip week een beetje af van z’n lijn
hé, kapitein met je playboylach
je bent de eerste aan wal
terwijl de rest verzuipen mag?
©GoNo
je bent de eerste aan wal
terwijl de rest verzuipen mag
kapitein en bemanning eerst van boord
van vrouwen en kinderen nooit gehoord
ze redden het wel zonder mij, dacht de schipper naast God
de beste stuurlui staan wal, riep hij hard hij tot afscheid en slot
daarbij, ‘k viel per ongeluk in de reddingsboot
toen ik van m’n gekapseisde schip afschoot
die rotsen stonden niet vermeld op m’n zeeroverskaart
‘k wou een bestelling doen bij de bakker, een grote taart
een metertje of twee naar rechts, zei hij onverstoord
maar wat is weeral ’t verschil tussen bak-en stuurboord
‘k duwde nog op ‘t rempedaal, maar ’t heeft niet mogen zijn
m’n cruiseschip week een beetje af van z’n lijn
hé, kapitein met je playboylach
je bent de eerste aan wal
terwijl de rest verzuipen mag?
©GoNo
zaterdag 21 januari 2012
Ik moet afscheid nemen
Ik moet afscheid nemen
En dat doet pijn
Ik moet afscheid nemen
Wetende dat je er nooit zal zijn.
Ik ben blij dat ik je gekend heb
Al weet ik niet of ik je echt kende
De dingen die ik mijn gedachten zag
Lieten me zien hoe graag ik je mag
Liefde overvalt je op de gekste plekken
Soms moet je de wereld rond
Soms vind je het naast je
Tranen stromen over mijn gezicht
En ik weet niet waarom ik huil
Je hebt me niets beloofd
Je hebt me niets gezegd
Het enige dat ik weet
Is dat ik je missen zal.
Ik weet dat jij gelukkig bent
En zo warm ik mijn hart
Ergens diep vanbinnen
Zal er altijd een plekje voor je zijn.
©IsabelleWillem
En dat doet pijn
Ik moet afscheid nemen
Wetende dat je er nooit zal zijn.
Ik ben blij dat ik je gekend heb
Al weet ik niet of ik je echt kende
De dingen die ik mijn gedachten zag
Lieten me zien hoe graag ik je mag
Liefde overvalt je op de gekste plekken
Soms moet je de wereld rond
Soms vind je het naast je
Tranen stromen over mijn gezicht
En ik weet niet waarom ik huil
Je hebt me niets beloofd
Je hebt me niets gezegd
Het enige dat ik weet
Is dat ik je missen zal.
Ik weet dat jij gelukkig bent
En zo warm ik mijn hart
Ergens diep vanbinnen
Zal er altijd een plekje voor je zijn.
©IsabelleWillem
Quo Vadis, Emiel? 5
De directrice trekt een gezicht om bakstenen op kapot te slaan, meet zich een allure aan alsof ze persoonlijk de schuldenlast van Griekenland en België opgelost heeft. Ze kijkt streng naar de barones. Vermijdt om in de ogen van Emiel te kijken. Het ontlokt hem een nog grotere grijnslach…
“ Ze hebben jullie betrapt…”
Zo, het hoge woord is eruit. Betrapt. Op heterdaad. Als daar maar geen vodden van komen, denkt Emiel. Een duidelijk geval voor Baantjer met C.O.C.K. of in ’t slechtste geval Witse…
“ Mag ik vragen op en met wat wij betrapt zijn?”vraagt Emiel overdreven vriendelijk.
“ Jullie waren aan het kussen op het bordes, in het bijzijn van meerdere hoogbejaarde kostgangers. Dat is een flagrante inbreuk op artikel 16 van het huishoudelijk reglement, dat u beiden ondertekend hebt. Wat heeft u hierop te zeggen?”
“ Wij pleiten schuldig, edelachtbare. Het was in een zotte bui, die tevens veroorzaakt werd door een plotse opwelling van passionele liefde, gepaard gaande met vlinders in de buik naar aanleiding van de passievruchten die wij na het middagmaal gekregen hebben. “ zegt Emiel met uitgestreken gezicht.
De directrice bekijkt hem met enige verwondering. Die kerel zit haar gewoon uit te lachen. De barones proest het uit, schuddebuikt zodat haar borsten bijna uit haar jurk floepen. Wat dan weer een blik van bewondering van Emiel oplevert. Zouden het silliconen zijn of zijn ze echt? Bijna vraagt hij het haar op de man af of beter gezegd op de vrouw af. Bijna, hé…
“ Ik zal met de staff overleggen hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen…”zegt de directrice.
De generale staf van ’t leger wordt er ook al bij betrokken. Nu nog de civiele bescherming en ’t plaatje is rond. Da’s hier geen bejaardentehuis maar een kazerne, besluit Emiel.
“ En hoe denkt u dit te voorkomen, mevrouw, met een plakkerke op onze mond? Het bloed gaat waar het niet kruipen kan,hé? Bent u dan nooit jong geweest?”vraagt Emiel.
Jong? In een bejaardentehuis? De directrice hoort nu duidelijk de klokken van Rome of iets wat ervoor moet doorgaan. De Madonna achter haar krijgt spontaan tranen in de ogen en Jezus heeft veel zin om van z’n kruis te vallen. Voor één keer is hij blij dat hij vasthangt met nagels. Vader, vergeeft het mij, maar ‘k krijg krampen van ’t lachen en ‘k heb jeuk en kan niet krabben. Fluistert hij de ogen ten hemel gericht. Z’n Vader is niet thuis want op toernee ergens in ’t heelal. Een toernee generale, als ’t ware…
“ U moogt beschikken, we spreken elkaar later nog wel eens…”
Daarmee is de kous af ( de breiwol was toch op…).
“ Jawel, mevrouw de commandant, tot uw dienst en tot wederhoren…”zegt Emiel.
De deur gaat automatisch dicht achter hen. In de gang lopen, geheel per toeval, al degenen die wakker zijn gebleven. Het merendeel loopt achter een rollator aan. Ze kijken met onverholen nieuwsgierigheid naar de tortelduifjes.
Emiel trekt de barones naar zich toe en kust haar vol op de mond. Voilà, weten ze weeral waar ze over moeten praten. Fluistert hij zachtjes in haar oor…
©GoNo
“ Ze hebben jullie betrapt…”
Zo, het hoge woord is eruit. Betrapt. Op heterdaad. Als daar maar geen vodden van komen, denkt Emiel. Een duidelijk geval voor Baantjer met C.O.C.K. of in ’t slechtste geval Witse…
“ Mag ik vragen op en met wat wij betrapt zijn?”vraagt Emiel overdreven vriendelijk.
“ Jullie waren aan het kussen op het bordes, in het bijzijn van meerdere hoogbejaarde kostgangers. Dat is een flagrante inbreuk op artikel 16 van het huishoudelijk reglement, dat u beiden ondertekend hebt. Wat heeft u hierop te zeggen?”
“ Wij pleiten schuldig, edelachtbare. Het was in een zotte bui, die tevens veroorzaakt werd door een plotse opwelling van passionele liefde, gepaard gaande met vlinders in de buik naar aanleiding van de passievruchten die wij na het middagmaal gekregen hebben. “ zegt Emiel met uitgestreken gezicht.
De directrice bekijkt hem met enige verwondering. Die kerel zit haar gewoon uit te lachen. De barones proest het uit, schuddebuikt zodat haar borsten bijna uit haar jurk floepen. Wat dan weer een blik van bewondering van Emiel oplevert. Zouden het silliconen zijn of zijn ze echt? Bijna vraagt hij het haar op de man af of beter gezegd op de vrouw af. Bijna, hé…
“ Ik zal met de staff overleggen hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen…”zegt de directrice.
De generale staf van ’t leger wordt er ook al bij betrokken. Nu nog de civiele bescherming en ’t plaatje is rond. Da’s hier geen bejaardentehuis maar een kazerne, besluit Emiel.
“ En hoe denkt u dit te voorkomen, mevrouw, met een plakkerke op onze mond? Het bloed gaat waar het niet kruipen kan,hé? Bent u dan nooit jong geweest?”vraagt Emiel.
Jong? In een bejaardentehuis? De directrice hoort nu duidelijk de klokken van Rome of iets wat ervoor moet doorgaan. De Madonna achter haar krijgt spontaan tranen in de ogen en Jezus heeft veel zin om van z’n kruis te vallen. Voor één keer is hij blij dat hij vasthangt met nagels. Vader, vergeeft het mij, maar ‘k krijg krampen van ’t lachen en ‘k heb jeuk en kan niet krabben. Fluistert hij de ogen ten hemel gericht. Z’n Vader is niet thuis want op toernee ergens in ’t heelal. Een toernee generale, als ’t ware…
“ U moogt beschikken, we spreken elkaar later nog wel eens…”
Daarmee is de kous af ( de breiwol was toch op…).
“ Jawel, mevrouw de commandant, tot uw dienst en tot wederhoren…”zegt Emiel.
De deur gaat automatisch dicht achter hen. In de gang lopen, geheel per toeval, al degenen die wakker zijn gebleven. Het merendeel loopt achter een rollator aan. Ze kijken met onverholen nieuwsgierigheid naar de tortelduifjes.
Emiel trekt de barones naar zich toe en kust haar vol op de mond. Voilà, weten ze weeral waar ze over moeten praten. Fluistert hij zachtjes in haar oor…
©GoNo
Abonneren op:
Berichten (Atom)