GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

maandag 20 februari 2012

De prins die geen prins wou zijn. 3

Prins August, die ooit een talentenjacht gewonnen heeft toen hij vijf jaar was, met het liedje: “ Mama, ik geef je honderd lijfeigenen…”, zit lustig verder te componeren. Gesterkt door deze overwinning in zijn vroege jeugd. Erbij vergetende dat z’n vader, de koning, ermee gedreigd had de voltallige jury op te knopen, te vierendelen en als er nog tijd overschoot, in kokende olie te gooien. De jury erkende en herkende het talent dat in de kleine prins schuilde. Het kroonprinsje ging naar huis met een beker die groter was dan hemzelf. En een oorkonde, die hij aan de muur hing in z’n Barbiekamer. Of althans de voorloper ervan hé? Z’n kamertje, in de rechtse kasteeltoren, derde kamertje aan uwen linkse kant, was door toedoen van z’n mama in het roze geschilderd. De koningin had namelijk liever een meisje gehad. Meisjes kan men veel mooier aankleden, zei ze tegen iedereen die het horen wou en ook die het niet horen wilden. Maar de bevalling liep niet van een leien dakje. Wie gaat er nu in godsnaam bevallen op een leien dakje? Als het juist geregend heeft, speel je toch met je leven? En dat van je op komst zijnde baby?
Haar baby werd geboren, na weeën die bijna de hele week duurden. De koningin was boos, héél boos. Op iedereen en op alles. Toen de chirurgijn de baby op haar buik legde met de woorden: “ Lang leve de prins…” ( zo ging dat in die tijd) kreeg ze een appelflauwte. Een jongen, ook dat nog, ik wil een meisje, murmelde ze voor ze flauwviel…
De koning was in z’n nopjes. Eindelijk, een troonopvolger. Die cursus, hoe maak ik mannelijke troonopvolgers, had schijnbaar geholpen. De goden waren hem gunstig gezind. Nu nog z’n bevolking en ’t leven zou er aangenaam op vooruit gaan. Maar eerst zou hij nog een nieuwe belasting heffen op alle eerstgeborenen die van het mannelijk geslacht waren. Kwestie van de staatskas een beetje te spekken. En ook om een centje opzij te zetten voor de toekomstige kroonprins. Waarvan de prins later geen stuiver zou zien, gezien de verkwistende hand die z’n koninklijke ouders hadden…
De koningin stond erop dat de chirurgijn het stukje vlees dat tussen de beentjes van het jongetje hing er af te knippen. Ik wil een meisje en een meisje zal het worden. Zei ze. De chirurgijn was in tweestrijd, moest hij dit bevel opvolgen? Overleg met de bond leverde ook niets op. Ze verklaarden zich in deze materie onbevoegd. De koning kreeg er weet van. Was z’n vrouwe nu helemaal gek geworden? Dit kon en mocht hij niet laten gebeuren. Twee dagen na de bevalling werd de koningin beschuldigd van hoogverraad en opgesloten in de linkse kasteeltoren. Voorbehouden voor prominente lieden. Met uitzicht op het groene dal en even groene bossen. En een klaterend riviertje dat lieflijk doorheen het dal stroomde, zich van geen kwaad bewust dat zich afspeelde in het slot. De koningin heeft zich op een mooie zomerse morgen verhangen in haar toren met een satijnen laken. Ze liet een briefje achter met de historische woorden: “ De pot op met uwen kroonprins…” Van moederliefde gesproken, maar ’t kan ook te wijten zijn aan haar gedwongen eenzaamheid en het verlangen naar een meisje… Triestig hé? Ik krijg er de tranen van in m’n ogen…

De prins blaast met bolle wangen op z’n doedelzak. De struikrovers, die hun handen vol hadden met de struiken die ze geroofd hebben, lieten de struiken vallen. Grepen naar hun oren. Wat een lawaai, dat moet een geheim wapen zijn, met zulk een wapen zouden ze de wereld overheersen. Denken ze.
“ Kom, vrienden struikrovers, laten we dat heerschap met een bezoekje vereren. Laten we hem deftig aan ons mes rijgen en het wapen medenemen…”speekt de rover die democratisch verkozen is tot hun hoofdman. Na eerst de oppositie geliquideerd te hebben. Zo ging dat in die tijd, nu nog zij het ietske minder bloederig…
“ Maar hoofdman, er wimpelt een koninklijk wimpeltje op de tent. De soldaten van de koning kunnen niet veraf zijn. Is het wel verstandig om dat heerschap met een bezoekje te vereren? “ vraagt de tweede in bevel, zijn rechterhand.
“ Amadeus, jij moet in de politiek gaan, altijd maar palaveren. ’t Is niet omdat je m’n broer bent, dat je steeds m’n bevelen in twijfel moet trekken. Als we genoeg struiken geroofd hebben, beginnen we een tuincentrum. ’t Zou toch mooi zijn moest je naam mede op het uithangbord zou staan hé?..”
Amadeus heeft de vingerwijzing gesnopen, een ongeval is rap gebeurd en zeker in de struiken.
“ Weet je, als compromis, mag jij eerst naar dat heerschap gaan. Gewoon om de kat uit de boom te kijken. Een beetje spioneren. Pak de mooiste struik en biedt hem deze aan als bewijs van onze vredelievende intenties…”
Amadeus kijkt vol bewondering naar z’n broer. Als dat geen inzicht is in de psychologie van het oorlogvoeren, weet hij het ook niet meer; helemaal onze papa, denkt hij.

Er loopt een man naar de beek. Met een metershoge struik in een aarden pot. De prins hoort of ziet het niet. De schemering gaat over in duisternis. Tijd om een uurtje naar de hemel te kijken…
Er dondert een man met metershoge struik en aarden pot de helling af. Gestruikeld over een paard dat op z’n rug lag te schuddebuiken. Los het metersdiepe riviertje in. Dag pot, dag man…Paard heeft alles gezien en heeft nog nooit zoveel lol gehad. Wat een vaudeville, denkt hij met tranen in z’n paardenogen...

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage