GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

donderdag 24 november 2011

De Speculanten 10

’t Is geen weer om een hond door te jagen, denkt de Havik, ’t kan dan wel warme regen zijn maar ge wordt er evengoed nat van. Hoe lang staan we hier al? Vraagt hij aan Kowalsky. Kowalsky moet hem het antwoord schuldig blijven. Zouden we niet beter de wagen gaan halen en ons verdekt opstellen, is zijn wedervraag…
Af en toe zien ze het gordijn opgeschoven worden, een vaag silhouet tekent zich af aan het raam. Om dan weer te verdwijnen.
“ Staan ze er nog?”vraagt de waard aan Vertonghen.
“ Ja, ze moeten onderhand verzopen zijn, hoe lomp kan een mens zijn hé?”meesmuilt Vertonghen.
“ En hoe ver staat het met Operatie Havik? Beginnen onze inspanningen al wat vruchten af te werpen? Of is het nog te vroeg om over te gaan naar de volgende stap?”
“ Alles op z’n tijd, alles op z’n tijd. De eerste fase is al een succes. Het aas is geworpen, nu nog wachten of de vis wil bijten hé?”

Kowalsky ziet niet langer het nut om hier nog een eeuwigheid te staan. Die twee zitten lekker droog terwijl zij er meer en meer uitzien als verdwaalde schooiers. Was dat de reden waarom de waard vroeg of ze geen paraplu wilden? De waard kan het morgen komen uitleggen op het bureau. Desnoods sluiten we z’n café. Een reden is er altijd wel te vinden, er aan voorbijgaande dat de helft van de rechterlijke macht er hun stekje hebben…

“ Ze geven het niet op, gaan we eens wedden hoelang ze er nog gaan staan?”vraagt de waard aan Vertonghen.
“ Ik wed nooit, beste vriend, wedden is voor ezels en die lopen er al genoeg rond hé?”
De waard doet er verder het zwijgen toe, op sommige momenten valt er toch niet te discuteren met Paul Vertonghen. Heeft altijd gelijk ook als hij ongelijk heeft. Maar in het bedenken van constructies om de boel op te lichten is hij een meester. Als hij maar z’n huid kan redden is niets hem te veel.

“ Ik bol het af, onze dienst zit er al lang op, ’t heeft geen zin om hier te blijven staan…”zegt Kowalsky op afgemeten toon.
“ Je hebt gelijk, Walsky, je hebt gelijk, maar laat ons nog vijf minuten wachten, je weet maar nooit…”
“ Vijf minuten en geen minuut langer…” Kowalsky is er heilig van overtuigd dat die vijf minuten niet veel zoden aan de dijk zullen brengen.
Er stopt een wagen voor de herberg. Mooier kan het haast niet, denkt de Havik, als hij ziet wie er uitstapt. Als dat meneer de rechter niet is, wat heeft die hier verloren zo laat op de avond? De rechter belt aan en even later gaat de deur op een kier…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage