GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

dinsdag 8 juni 2010

Bond, James Bond…zei de oplichter. 3



Ik begin het op m’n heupen en andere lijfelijke delen te krijgen. Er zijn van die geheimagenten die nu ook al meespelen in een film. Die twee letters veranderen van m’n naam, bijvoorbeeld de ‘C’ wordt een ‘B’ en de ‘t’ een ‘d’. De voornaam blijft hetzelfde, iedereen kan immers James heten. En Pol Bond klinkt niet zo geweldig hé? Of Eddy Wallybond? Of Bond zonder Naam? In ’t beste geval de Zangeres zonder Naam. Een emotievolle dame die er uitzag als een kotmadam. Uit de tijd van Johnny Jordaan en Tante Leen.
Ik hoor het lawaai van een helicopter, die pal boven het pleintje voor ’t kapelletje blijft hangen. Ik wuif met opgestoken middelvinger, zoals ze hier allemaal doen. Tot m’n verbazing word ik getrakteerd op een salvo mitrailleurvuur. Ik duik voor de tweede keer weg, nu met een karpersprong, recht het portiek binnen. De deur is nog steeds gesloten, maar dat maakt niets uit. Na de eerste kennismaking met het eeuwenoude eikenhout zijn we goeie vrienden geworden. ’t Lijkt wel of ze ietske minder hard is. Maar ’t kan een gedacht zijn hé? De kloothommel in de helicopter mist me op een haar. Leren schieten, broekventje, denk ik stilletjes luidop. Een nieuw salvo klinkt door de lucht, waar anders? Takketakketak, takketakketak, feitelijk zou ik heel dat blad moeten vullen met takketakketak tot z’n kogels op zijn. Maar dat zou te lang duren en ons te veel afleiden van hogere doelen. Ik schiet bijna m’n doel voorbij, zei de voetballer. Waarop de keeper een hoger doel nastreefde en op 2 000 meter hoogte ging trainen. ’t Slaat op niets, maar ’t klinkt goed.
Ik besluit dat ik er genoeg van heb om nog langer beschoten te worden. Ik ben geen schietkraam zei de foorreiziger tegen z’n vrouw die haar poedeltje en haar poesje trimde. Ik trek m’n Magnum .45, nog gekregen van Dirty Harry, schiet met één welgemikt schot een duif van ’t dak die, geloof het of niet , recht de luchtaanzuiging van de helicopter ingezogen wordt. De helicopter krijgt geen lucht meer, ’t beestje ook niet. Wentelwiekend begint de heli van links naar rechts te vliegen, als een zatte zeeman op een schip dat aan ’t zinken is. Prutteldepruttel, prutteldepruttel. Valt als steenvalk naar beneden. Weet je hoe een steenvalk een nest bouwt? Steen per steen, vandaar de naam. Steenezels doen het ook, maar die balken eerst, kwestie van een stevige fundering te maken als ze voor de tweede keer tegen een steen schoppen.
De heli stort naar beneden, naar boven storten lijkt me zinloos en totaal overbodig. Pardaf, los op mijne eveneens pruttelende Solex. De stukken vliegen eraf en in ’t rond. Een wiek vliegt als een guillotinemes door de lucht, scheert rakelings over boer Theunis z’n hoofd met meename van z’n halve bos witte haar, zodat hij er nu plots uitziet als een gepensioneerde hooligan. Wat ziet m’n lodderoog? Wie kruipt er daar een beetje verdwaasd en met Scottish kilt uit het wrak? Zeg dat het niet waar is? Maar ’t is wel waar.
“ My name is Bond, James Bond…’
Ik krijg de neiging hem een schop onder z’n kont te geven. Da’s diene oplichter die m’n naam gebruikt.
Met twee letters verschil.
“ Ha, den James van den Bond. How do you do?”
“ ?????”
’t Ventje verstaat me blijkbaar niet.
“ You name is James Bond of the Bond without a Name? Family of the Singeres also without a Name?”
‘k Heb de indruk dat het niet lang zal duren voor z’n stoppen zullen doorslaan.
“ My name is Cont, with a ‘C’ from Capuccino, you know, James Cont with a license to kill…”
James Bond kijkt me aan alsof hij het in Keulen hoort donderen, terwijl ik nog steeds sta te zwaaien met m’n rokende Magnum. Roken is ongezond zei de gerookte makreel tegen z’n vriendjes die het weer bruin bakten.
“ I am a collega from you. Secret Services of His Majesty the King. Vive la France, pardon, vive la Belgique...” voeg ik er meesmuilend aan toe. En ik begin in navolging van Leferme de Marseillaise te zingen.
De deur achter mij gaat open en een pater komt naar buiten. Een geheime pater die werkt voor de geheime dienst van het Vaticaan. Met die mannen is het oppassen geblazen. Die doen alles volgens het boekje dat nog geschreven is door inquisiteur-generaal Tomás de Torquemada, die specialist was in verregaande folteringen. Met de zegen van de paus. Als je toegaf dat je een ketter waart, kon je met een beetje geluk alsnog in de hemel geraken. De meesten gaven dus grif toe dat ze ketters waren. Waarna ze voor ’t plezier en omdat die paters niets anders te doen hadden, geradbraakt werden, in de olie gekookt of gevierendeeld werden. Niet bepaald in die volgorde, maar da’s maar een detail hé?

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage