GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

maandag 25 augustus 2014

Emiel Verschaeve, sergeant 14-18…( 5 )




Adolf Hitler steekt zijn handen in de lucht. Verschaeve en Verheijen doen hem teken dat hij uit de beek moet komen. Adolf Hitler schat z’n kansen in om te ontsnappen, maar die zijn er niet. Met z’n gewonde been zou hij toch niet ver gekomen zijn…

“ Adolf Hitler, Gefreiter, zestiende Beiers regiment…zegt hij. 
“ Wat is een Gefreiter?”vraagt Verheijen aan sergeant Verschaeve.
“ Is dat geen officier? Of heeft het iets met een frituur te maken? ’t Is misschien de kok van ’t regiment?”zegt Verschaeve, die het na twee jaar oorlog nog niet weet.
“ Een doodsimpele kok? Dan schiet ik die simpelweg omver. Een mondje minder om te voeden, ze zullen content zijn in ’t Duitse leger…”zegt Verheijen, terwijl hij de haan van z’n geweer spant.
“ Wacht even, Verheijen. Jij was toch de eerste om te zeggen dat we een krijgsgevangene moesten maken? Bevel is bevel, zei je, nietwaar? Welnu, hier heb je die krijgsgevangene. Als het een officier is, zitten we goed. Als hij de regimentskok is, dan kan de Generale Staf z’n plan er mee trekken. Wat denk je? Er zit zeker promotie voor je in, als ik verklaar dat je die helemaal alleen krijgsgevangene hebt gemaakt…”

Het woordje ‘ promotie ‘ doet wonderen bij Verheijen. Promotie betekent dat hij op z’n minst ook sergeant zal worden. Eindelijk zal hij dan op gelijke voet staan met Verschaeve. Al bij al, is Verschaeve nog zo slecht niet, denkt hij…

Verheijen gaat naar Hitler, terwijl Verschaeve hem onder schot houdt. Hij tast hem af. Neemt de bajonet, die tevens dienst doet als dolk af. Mooi souvenir voor m’n nageslacht, denkt hij. In de binnenzak van Hitler’s tenue vindt hij papieren. Hij geeft ze aan Verschaeve. Die kent meer van die documenten. Verschaeve kijkt ernaar, ze ogen gewichtig. Er staan stempels op van het Oberkommando. Die kerel is dan toch een officier. Een gewone soldaat loopt niet met zulke documenten rond, besluit hij. Wist hij veel, dat Hitler maar een gewone koerier was hé?

“ Naam?”vraagt Verschaeve aan Hitler.
“ Adolf  Hitler…Gefreiter, zestiende Beiers regiment…”zegt Hitler voor de tweede keer.
“ Du bist ein officier?”vraagt Verschaeve in z’n beste Duits.
“ Jawohl…”liegt Hitler er op los. Hij weet ook wel dat men Duitse officieren niet zomaar zal neerschieten.
“ Du bist eine kriegsgevangene…”zegt sergeant Verschaeve. Daarmee is de kous af voor hem.

Adolf Hitler haalt opgelucht adem. De Voorzienigheid heeft hem weer geholpen. Zelfs in een oorlog bestaat er een God, is z’n conclusie…
Hitler is één van de zeventig overlevenden die de slag om Poelkapelle overleefd hebben. Later zou Verschaeve zeggen dat hij nog altijd spijt heeft dat hij Verheijen toen niet z’n zin heeft laten doen. De geschiedenis zou er nadien helemaal anders uitgezien hebben…

Een tweedekker verschijnt boven hun hoofden. Een verkenningsvliegtuig met Franse emblemen. Op zoek naar het Duitse leger of wat er van overblijft. De piloot heeft geen interesse voor de drie mannen die daar beneden staan en verdwijnt boven de kruinen van de bomen. Ze lopen in de richting van het kasteel dat gedeeltelijk ingestort is. Als bij wonder is het depot waar de mosterdgas ligt opgeslagen niet geraakt. Eén van de vele mysteries van deze oorlog. Alles ligt in puin, behalve het depot. Ze gaan behoedzaam naar het kasteel, Hitler voor zich uitduwende. Adolf Hitler laat hen begaan, zich afvragende hoe hij kan ontsnappen aan die twee…

De artillerie van de geallieerden begint opnieuw de stellingen van de Duitsers te bestoken. Poelkapelle ligt ook in de vuurlinie. Ze rennen nu alle drie voor hun leven naar de beschutting van het kasteel. Adolf Hitler laat zich plots vallen. Verheijen kijkt naar hem, die is er geweest, denkt hij. Daar gaat m’n promotie, mompelt hij. Hitler houdt zich muisstil, alsof hij dood is. met het risico dat hij alsnog getroffen wordt door een bom of granaat. Maar het lijkt hem de enige manier die hij kon bedenken om te ontsnappen. Beter dat, dan dat ze erachter komen dat ik maar een gewone korporaalkoerier ben en geen officier. Verheijen kijkt niet meer achterom, hij sleept sergeant Verschaeve letterlijk mee naar het kasteeltje. Als ze in de kelder kunnen geraken zitten ze min of meer veilig voor de inslaande bommen. Die gewelven zijn metersdik, weet hij. Ze halen het. Ze staan in de keuken. Er staan nog potten op het vuur dat nog steeds brandt. Aangebrande potten. Een donker gat in de hoek leidt naar de onderaardse gewelven. Zouden er nog Duitsers inzitten, vraagt Verheijen zich af…

Het bombardement houdt even vlug op als het gekomen is. De stilte is onwezenlijk. Adolf Hitler tuurt tussen z’n halfgesloten ogen naar het kasteeltje. Er is geen beweging te zien en nog minder te horen. Dat hij minder hoorde was normaal want z’n trommelvlies was beschadigd door de bom die ingeslagen was op zijn barak. Hij kruipt over de grond, meter na meter, telkens als hij iets hoort doet hij alsof hij dood is. Als koerier weet hij perfect de weg die hij moet volgen om zich in veiligheid te stellen. Na twee dagen rondgezworven te hebben in de bossen van Poelkapelle, komt hij eindelijk uitgehongerd aan bij wat er nog overblijft van z’n regiment. Hij wordt als een ware held ontvangen. Krijgt zelfs het IJzeren Kruis uit handen van z’n Joodse luitenant.  Diezelfde luitenant, intussen opgeklommen tot commandant, zou in 1933,  als één van de eersten naar het concentratiekamp Dachau verdwijnen. Om nooit meer gezien te worden…

Verheijen daalt voorzichtig de trap af. Het geweer in de aanslag. ’t Is hier stikdonker. Hij tast langs de muur naar een schakelaar. Er moet hier toch ergens licht zijn? Hij hoort het gezoem van een generator. Dus is er stroom. Ik moet m’n zaklamp gebruiken, denkt hij, maar dan loop ik het risico om omver geknald te worden. Beter omver geknald te worden dan hier te staan wachten tot één of andere idioot mij in de smiezen krijgt, besluit hij. Hij steekt z’n zaklamp aan, schermt hem af met z’n handen. Zijn dat schaduwen daar op de achtergrond? Menselijke schaduwen? Verdomme, da’s hier toch geen spookkasteel. Van de Duitsers heeft hij geen schrik, maar van geesten wel. Een overblijfsel uit z’n jeugd toen z’n vader hem eens voor de grap opgesloten heeft in een grafkelder…z’n vader heeft hij later, veel later, een hartaanval bezorgd door een schedel van een dode in z’n bed te leggen op het hoofdkussen naast z’n vader. Die was op slag nuchter toen hij naar de grijnzende doodskop keek. Nadien was de man verlamd langs één kant. Verheijen trok er zich niets van aan. Verzorgde z’n vader niet eens. Dat moest z’n tante maar doen, die dronk evenveel als z’n vader…’t Is nooit meer goed gekomen tussen die twee…

Het zijn geen Duitsers die opeengepakt zitten in de kelder. Het zijn de baron, z’n familie en de dienstboden die in de kelder zitten. De eerste Franse en Britse soldaten verschijnen nu op het domein. Gevolgd door een bataljon Belgische soldaten. De Britten zijn gedisciplineerd, de Fransen en Belgen daarentegen…
Ze vinden de overgebleven Belgen in de kelder. Verschaeve brengt verslag uit aan z’n kolonel. Geeft hem de documenten die Hitler op zak had. De kolonel bestudeert ze…

“ Je hebt goed werk geleverd, sergeant Verschaeve. Heel goed werk…”mompelt hij.
“ Dankzij soldaat Verheijen, mijn kolonel…”zegt Verschaeve.
“ Soldaat Verheijen? En waar is die soldaat Verheijen? Roep hem bij me of is hij gesneuveld?”
“ Nee, mijn kolonel, hij leeft en heeft zich als een held gedragen…”zegt Verschaeve.

Een ordonnans wordt er op uitgestuurd om Verheijen te gaan zoeken. De kolonel wil die held in levende lijve ontmoeten. Die soldaat Verheijen kan het moreel van de troepen wat opkrikken, denkt hij. Soldaat Verheijen mag zich vanaf die dag sergeant Verheijen noemen. Op voorspraak van sergeant Verschaeve, zegt de kolonel hem. Helden moeten beloond worden, voegt hij er aan toe. ’t Is een vergiftigd geschenk, want sergeanten worden verondersteld om in de vuurlinies te opereren…

In het centrum van Poelkapelle staat een gedenksteen ter nagedachtenis van Georges Guynemer, een Franse gevechtspiloot die tijdens de Eerste Wereldoorlog werd neergehaald. Georges Guynemer werd er voor gehuldigd meerder Duitse gevechtsvliegtuigen te hebben neergehaald. Na de crash, ( niemand weet precies waar hij gecrasht is, maar zeker niet op de plaats waar het monument nu staat) werd hij te Poelkapelle mede door het Duitse leger met militaire eer begraven. Op de namen van een ander monument staan de namen van de verkenners die hun leven lieten voor het vaderland. Het monument voor de Franse vliegtuigpiloot wordt heden ten dage nog steeds onderhouden door het Franse leger. Voor het onderhoud van het kleinere monument is er geen geld meer. Het zijn vrijwilligers die het nu onderhouden…

Einde deel 1.

©GoNo



0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage