GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

donderdag 2 februari 2012

Ijsschaatsen zijn geen rolschaatsen…

Koning Winter heeft eindelijk z’n blijde intrede in ons dierbaar landje gedaan. Een vorst waardig, met vriestemperaturen die gewillig onder de tien graden en meer gaan. Prins Wind speelt het spelletje mee en zorgt ervoor dat het nog kouder wordt. Een snijdende en bijtende wind, waarvan m’n oren tuiten, m’n handen en voeten aanvoelen als blokken meegezeulde ijs. De ijsberg waar honderd jaar geleden de Titanic tegenaan voer, is er niets tegen.
Maar ik klaag niet, het enige minpuntje is de totale afwezigheid van een maagdelijk wit tapijt. De Nederlanders dromen, zoals ieder jaar als het een beetje vriest, over hun roemrijke Elfstedentocht. Het zou wat geven moest er daar ooit eens een Belg gaan winnen. Maar blijkbaar hebben wij geen schaatsers die opgewassen zijn tegen de met schaatsen geboren Nederlanders. Ik doe m’n hoed af voor degenen die de Elfstedentocht uitrijden of moet ik zeggen uitschaatsen. Ooit heb ik de toekomstige koning der Nederlanden zien meeschaatsen, met in z’n kielzog de staatsveiligheid die hem amper konden bijhouden. De prins had er duidelijk lol in. Er was, bij mijn weten, toen nog geen sprake van Maxima…
Ik vraag me af waarom wij in Vlaanderen zoiets niet organiseren. Bij gebrek aan dichtgevroren riviertjes? Hier beperkt zich het schaatsen tot een ijspiste op de Grote Markt. Beperkt in ruimte en in tijd. We hebben goede voetballers en nog betere wielrenners, maar schaatsers? Buiten een Vanden Perre, maar die kent bijna niemand. In Nederland worden de schaatsers op handen gedragen. Telkens is er een nieuwe generatie die de lat een stukje hoger legt. Ik kijk er graag naar en zeker als er eentje onderuit gaat. Spektakel gegarandeerd.
Ik heb het ooit eens geprobeerd. Ze hadden mij wijsgemaakt dat schaatsen hetzelfde is als met de fiets rijden of rolschaatsen. Sjonge, was dat een tegenvaller. Het begon al met die verdomde schaatsen aan te trekken. Of mijn voeten waren te groot of m’n schaatsen waren te klein. Na lang wringen geraakte ik er toch in. Probleem was hoe geraak ik potdorie op die ijsbaan. Twee vriendinnen van mij hielpen mij op de weg. Hielden me zelfs vast tussen hen in. Gaven mij zo de snelheid van het licht. Tot ze mij plots loslieten en ik op eigen benen moest schaatsen. Manlief, ik ging daar met een rotvaart en wist niet eens hoe ik moest afremmen, laat staan hoe ik moest stoppen. Ik zag de reclamepanelen met de seconde groter en groter worden. De andere schaatsers brachten hun wijsvinger naar hun voorhoofd. Ik kon zelfs m’n middelvinger niet opsteken. Al molenwiekend ben ik tegen een reclamepaneel van Begrafenisondernemer Cloedt en Zonen gebotst. Een goddelijke vingerwijzing die kon tellen. Moesten die drie mensen die ik onderuit gemaaid had er niet gestaan hebben, ik was waarschijnlijk los door het paneel gegaan en negen kansen op tien in de cafetaria terecht gekomen. Omdat ik nogal een pragmatisch denker ben had ik wellicht een warme chocomelk besteld…
Sedertdien geloof ik niemand nog die mij komt vertellen dat schaatsen hetzelfde is als rolschaatsen of fietsen. ’t Is een kunst apart en zeker in mijn geval. Laatst was ik een videootje aan ’t bekijken van André Rieu. Met de schaatsers van Holliday on Ice. Ik vroeg me constant af wat er zou gebeuren als er eentje de maat van de Weense wals niet kon houden en de hele meute mee zou sleuren de dieperik in. Een bloederig tafereel ontvouwde zich voor m’n ogen. Vlijmscherpe schaatsen die lijf en leden van het dolenthousiaste publiek in mootjes hakten. De gebroeders Strauss draaiden zich om hun graf. Ge zult maar gevierendeeld worden op de tonen van de Radetzkymars of de Schone Blauwe Donau. Die nadien omgetoverd wordt tot de Schone Rode Donau. Om maar te zeggen dat ik helemaal anders aankijk tegen een optreden van Holliday on Ice bij Rieu. Ik zie mezelf al molenwiekend een walske doen met die ervaren schaatsers. Wederom spektakel gegarandeerd. Rieu gaat er prat op, en ’t klopt nog ook, dat hij de klassieke muziek dichter bij het volk brengt. Welnu, ik zou het schaatsen ook dichter bij het volk brengen. Zo dicht zelfs dat ze mij kunnen aanraken. Een god aanraken is niet voor iedereen weggelegd. En dan nog ene met schaatsen aan z’n zweetvoeten lijkt me toch wel het ultieme wat een mens in z’n nietszeggend leventje kan bereiken. Gelukkig voor zij die niet geloven, ik ben niet van plan om een eventuele loopbaan op schaatsen te beginnen. Na het debacle op die ijspiste in Brugge heb ik noot meer geschaatst en ook niet meer gerolschaatst. Gefietst heb ik wel nog gedaan tot ik op een mooie lentedag in de haag terecht kwam. Evenwichtsstoornissen. M’n dochter is nog altijd op zoek naar de fietsbel die plots verdwenen was…Maar da’s een ander verhaal…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage