GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

maandag 7 maart 2011

Ik lig te wachten…

Ik lig te wachten op de dood. Hoe raar het ook moge klinken, bang ben ik niet. Ik zie de dood als een oude vriend die mij eindelijk komt halen. Ik heb geleefd zoals ik het voorgeschoteld kreeg. De ene dag al wat beter dan de andere. De ene dag vol chagrijn en de andere dag vol jolijt en vreugde. Het zou kunnen dat er niks is na de dood. Maar dan zal ik het zeker niet weten. Hoef ik er ook niet van wakker te liggen. Stel dat er wel iets is, zou ik dan binnen mogen in de hemel? Ik twijfel eraan. Zo braaf ben ik nu ook weer niet geweest. Rebelleren tegen alles en nog wat is m’n tweede natuur geworden. In discussies uitlokken ben ik een meester. En als de discussies verhit geraken, ben ik er als de kippen bij om nog meer olie op ‘t vuur te gooien. Wat voor de ene wit is, is voor mij zwart en andersom ook. Ik kan met uitgestreken gezicht beweren dat er bewijzen zijn dat er op Mars leven is. Zolang er geen tegenbewijs komt, zit ik gebeiteld. Zo ook over de immer wederkerende vraag of er leven zou zijn na de dood. Of er een god bestaat, laat ik in het midden. De bijbel is de beste roman die er ooit geschreven is. Moord, incest, intriges, politiek gekonkelfoes, noem maar op, het staat zwart op wit te lezen…
Ik lig te wachten op de dood. Bij ieder gekraak dat ik hoor, schrik ik. Slecht geweten, moet je maar denken. Als de hemel zou bestaan, wat gaan ze me dan vragen alvorens mij binnen te laten? Eventjes m’n geheugen opfrissen. Om niet onbeslagen en als een debiel daar aan die poort te staan. Wat heb ik voor goeds gedaan op deze aardkloot? Weinig, da’s dus niet veel. Heb ik m’n medemens lief gehad?
Euh, sommigen wel, anderen haat ik als de pest. Heb ik mensen geholpen? Sommigen wel, anderen heb ik bewust de dieperik in geholpen. Maar die verdienden dat. Zozo, GoNo, wie gaf je daartoe het recht? Zo niet beginnen hé Sint Pieter…Het recht moet men soms in eigen handen nemen en zeker als ze je willen platwalsen. Kwestie van zelfverdediging, uit overlevingsdrang. Ja, GoNo, maar soms zat je er glad naast en heb je nooit je excuses aangeboden. Tja, een mens kan al eens iets vergeten hé?
Maar ik heb altijd m’n best gedaan voor plant en dier. Of telt dat niet mee?
Toen de vogeltjes verhongerden in de koude winter, heb ik m’n laatste boterhammetje met hen gedeeld. Ik sprak tegen m’n bloemen en planten, omhelsde in ’t bos de bomen. Alle schepselen Gods heb ik bemind behalve vliegen en muggen. Die sloeg ik dood wegens allergisch aan hun gezoem. En die zijn met zoveel, dat eentje meer of minder geen invloed heeft op hun paringsgedrag. Wat ik nog wou zeggen, ik heb veel mensen blij gemaakt met m’n verhaaltjes en gedichtjes. Of telt dat ook niet mee?
Sint Pieter zal eens in zijne baard krabben en er zijne boek bijhalen. Ik zal daar staan, van ’t één been springend op ’t andere, met toegeknepen billen. Wat ook een kunst is. Sint Pieter is een oude vent, ziet zo goed niet meer, dus zal het even tijd vragen. Maar tijd hebben ze hier in overvloed. Zeeën van tijd. Hij zal een mailtje sturen naar de Opperste Rechter om te vragen wat hij met mij moet aanvangen. Zal zijn tijd nodig hebben want God is ook een bejaarde vent met een lange witte baard. Vertoont wat gelijkenissen met Sinterklaas. Met die heb ik nog een eitje te pellen wegens het nooit uitvoeren van m’n verlanglijstjes.
Het verdict is gevallen, ik mag niet binnen. Gezien het vagevuur is afgeschaft vanwege de hoge energieprijzen, zal ik opgehaald worden door de medewerkers van Satan. Voorlopig wordt de Hel m’n buitenverblijf tot de Hoge Raad voor Afvallige Geloofsgenoten een defintieve beslissing genomen heeft. Gaat dat lang duren? Een eeuwigheid, zegt Sint Pieter. Maar da’s relatief volgens Einstein. Een koets getrokken door zwarte paarden, vel over been, want ge ziet de knoken steken. De deur zwaait open en een knokige hand wenkt mij. Ik ga schoorvoetend naar de koets. Er stapt iemand uit. Verdomme, ik mag doodvallen als dat niet Saddam Hussein is. Op de bok zit ook al zo’n bekend type.
Hij lijkt als twee druppels water op een zekere Kadhafi. Hebben ze die dan toch doodgeschoten? Ik verkeer in uitermate boeiend gezelschap. M’n straf bestaat erin om een vervolg te schrijven op “Duizend-en- één nacht “.
Verdomme, dood zijn is niet plezant meer. Alle dagen een verhaaltje verzinnen, valt niet mee. Op aarde ging het me beter af, maar dit is dwangarbeid. Ik krijg hier een spoedcursus Arabisch. Jawadde, niet te doen. Ik had al problemen met een beetje deftig te schrijven in het Nederlands.
Ik lig niet meer te wachten op de dood. De dood kan de pot op. Ik mag doodvallen als het niet waar is…
Er staat een man buiten, gekleed in zwart habijt, met een zeis in z’n handen. Zal waarschijnlijk het opgeschoten gras komen afdoen, dat denk ik toch…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage