GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

dinsdag 17 augustus 2010

Overleven is een kunst 5.

De non van dienst, tevens verpleegster, zegt dat de lip genaaid moet worden. Het zal geen litteken nalaten. Een fluitje van een cent, probeert ze de jongen gerust te stellen. Ze lopen door de tuin, dat aan het St-Janhospitaal grenst. Het complex vormt één geheel, enkel gescheiden door een hoge muur. Met daarin een zware eikenhouten deur. Twee aparte werelden die toch bij elkaar horen. In de ene de vrijheid, in de andere de vrijheidheidsberoving door middel van een kleine cel en hoge muren.
Het naaien duurt amper een kwartiertje, de pijn valt nogal mee. De jongen is hard aan het worden, iedere dag een beetje meer. Op de vraag of het pijn doet, antwoord hij als een grote: “ Alleen als ik lach…”. De dokter moet er zelf om lachen, de meesten van z’n kleine patienten huilen de straatstenen uit de grond. Met de raad om voorzichtig te eten en voorlopig niet veel te lachen, wordt hij terug naar het wachtlokaaltje gebracht. Hij is er alleen. Er liggen oude versleten Suske & Wiske-verhalen op de vensterbank. Hij neemt er eentje, probeert de tijd te doden met lezen, maar kan z’n gedachten er niet bijhouden. Zou de deur op slot zijn? Hij staat op, slentert naar de deur. Voelt stil en voorzichtig aan de klink. De deur is niet slotvast, waarom zou het ook hé?
Hij speelt met de gedachte om de vrijheid te kiezen. Gewoon terug naar huis te gaan. Naar z’n mama, broers en zusjes. Z’n mama zou hem met open armen ontvangen, zou zeggen dat het allemaal een misverstand is. Hij zou beloven z’n best te doen, luisteren en doen wat van hem gevraagd wordt. Eén ding zou hij nooit doen. Vertellen wat hem overkomen is. Later misschien, veel later…
Hij staat in de gang, weet niet welke richting te gaan. Waarom ruiken die gangen overal hetzelfde? Hij hoort geluiden, gaat er op goed geluk op af. Hij komt verpleegsters, dokters en patienten tegen. Niemand die enige aandacht aan hem schenkt. Hij volgt de bordjes die de uitgang wijzen. Nog enkele tientallen meters naar de vrijheid. De spanning stijgt. Hij moet gaan plassen. Waar is hier ergens een wc? Hij vraagt het aan een vriendelijke verpleegster, ze wijst hem de weg.
Hij staat te plassen, bedenkt hoe hij naar Gent kan geraken. Autostop, ligt het meeste voor de hand. Dat kan toch zo moeilijk niet zijn. Maar hij weet niet dat hij in ’t hartje Brugge zit…
Er komt iemand naast hem staan, ook om te plassen. Die geur van goedkope deodorant komt hem bekend voor. Hij kijkt schichtig zijdelings. Pater Siegfried doet waarvoor hij gekomen is. Plassen dus.
“ Wou je gaan lopen?”vraagt hij plotseling.
De jongen wordt bloedrood. Hij voelt het schaamrood. Betrapt. Hoe moet hij zich hier uit redden? De waarheid zeggen kan consequenties hebben, zo slim is hij ook wel. Maar langs de andere kant zit er ook een rebel in hem. Wie denkt die pater wel dat hij is?
“ Euh, ja, maar ‘k moest eerst gaan pissen…”
Zo, ’t is er uit. De knaap verschiet van z’n eigen vranke woorden. De pater ook. Kom maar mee, zegt hij, je reisje is er eentje van korte duur. De jongen denkt erover om het op een lopen te zetten. Pater Siegfried kan hem onmogelijk inhalen.
“ Als je wilt gaan lopen, is het nu het moment…”zegt de pater, alsof hij gedachten kan lezen.
Hij vraagt erom. De twijfel sluipt in het hart van de jongen. Zou hij het wagen? De sprong naar de vrijheid is maar een gang lang. Pater Siegfried ziet de twijfel in de jongensogen. Rekent op z’n inschatting van de situatie en ook op z’n ervaring.
“ Denk je dat je welkom bent bij je mama? Waarom is je mama al maanden niet meer op bezoek geweest?”zegt hij zonder z’n stem te verheffen.
De jongen wordt gestopt door een onzichtbare hand. De woorden dringen tot hem door. Harde woorden voor een knaap van twaalf jaar. Pater Siegfried leidt de jongen zachtjes naar een bank in de tuin. De Tuin der Vrijheid. Gescheiden door een hoge muur. De jongen zit stilletjes te wenen, al z’n hoop op een normaal gezinsleven de grond ingeboord. Van het ene moment op het andere. Pater Siegfried is niet tevreden. Verwijt zichzelf dat hij de verkeerde woorden gebruikt heeft. Misschien moet hij wel eens met die moeder praten? Een brief schrijven met de vraag of ze haar kind wil komen bezoeken. En nu moet hij dat kleine hoopje ellende nog opsluiten ook…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage