GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

woensdag 2 september 2009

M'n tijd ver vooruit 4. ( slot )

Ik lag mij te wentelen in m'n met overgave overgegeven ersatz- melkproduct, terwijl ze aan 't palaveren waren met welke naam ik de rest van m'n leven zou opgescheept worden. Ik kon me onmogelijk voorstellen dat het Kindeke Jezus in z'n kribbetje hetzelfde meegemaakt had als ik. De drie Vijzen, pardon, Wijzen hadden daar wel een stokje voorgestoken. Stel u voor dat het Kindje gestikt was in z'n eigen braaksel. De geschiedenis had er heel anders uitgezien. Zou er van kribbedood in die tijd ook al sprake geweest zijn? Nergens iets van terug te vinden.
Voilà, de kogel was door de kerk, ik zou Noël heten en niet Manneke. En ik kreeg propere kleertjes aan.
Wat waren ze toch kindvriendelijk. Ook een nieuw flesje met de vermaning van m'n mama om eindelijk eens alles binnen te houden. Wat ik uit moederliefde dan ook deed. Per slot van rekening zat ik nog een hele tijd vast aan dat vrouwmens. En het bleef een komen en gaan van mensen die ik nadien nooit zou terugzien. Tenzij op één of ander communiefeestje of weer eens een doopfeest. In die tijd werd er nog gekweekt hé? Maar de komst van de televisie zou daar verandering inbrengen, de komst van de rock-'n roll ook. Maar dat was voor later.
Na een laatste keuring van zuster Snor mocht ik beschikken. Er was plaats nodig voor andere slachtoffertjes van hun martelpraktijken. En de bloedworst was op, zodus....van de compote daarentegen hadden ze nog genoeg reserve.
Ik werd in een aftandse rieten draagmand gestopt, die nog dienst gedaan had voor de kleine Mozes toen hij een solotrip maakte op de Nijl. Kwam waarschijnlijk uit het graf van Toetanchamon. Een echt antiek stuk. Vandaar m'n verbondenheid met alles wat met Egypte te maken heeft.
Met de tram ging het naar de aanlegkade waar m'n nieuwe woonst afgemeerd lag. M'n vader zat aan de kleine tafel in het kombuis, dat tevens dienst deed als ontvangstkamer, salon en rookkamer. Een resem binnenschippers kwamen een kijkje nemen. Niet omdat ik zo'n vedette was, maar meer om de borrels die gratis te verkrijgen waren. Solidariteit voor alles hé? En die schippers kenden iets van zuipen als het er op aankwam. Ik kan me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren dat ik die avond nog eten gekregen heb. Na de veertiende schipper, die met z'n verzopen muil boven m'n wiegje kwam hangen, moet ik in coma geraakt zijn van de jeneverwalmen. En de rook. Daar heb ik m'n eerste liefde voor de sigaret opgedaan, een liefde die ik nog steeds koester als een dierbaar kleinood. Nu een meer en meer kostbaar kleinood, gezien het prijskaartje dat er aan vasthangt.
M'n mama, die als schippersvrouw, evenveel en nog meer dronk, keek naar mij niet om. Buiten een proper doekje en de voorgeschreven uren van pap geven, was er weinig ambiance in m'n wiegje. Ik begon al terug te verlangen naar de constante stroom van bezoekers van de eerste dagen. Maar het nieuwe was eraf en 't leven nam z'n normale gang weer op. Af en toe werd m'n wiegje buiten op 't dek gezet, om mij een kleurtje te laten krijgen. Een blozende baby geeft altijd een goeie indruk, nietwaar? Soms vergaten ze gewoon dat ik nog op dek stond en lag ik te bakken in de zon, als een gerookte makreel waarop vermeld staat dat roken ongezond is.
Eén ding heb ik daar wel geleerd. Ik hield netjes m'n dosis melkpoeder binnen en m'n diarree hield ik ook voor bekeken. Kwestie van niet te verhongeren. Kwestie van te overleven in deze harde schipperswereld. Ge kunt uren liggen huilen, maar op een binnenschip hangt ge af van de goodwill van uw scheepsgenoten. Controle bestaat er niet, gezien ge geen vast adres hebt. En als er al eens iemand langs kwam van Kind & Gezin, dat toen nog een andere naam had, lostte m'n vader dat vlug op met de steeds weerkerende vraag of ze goed konden zwemmen. Ruig wereldje waarin ik als baby terechtgekomen was. En zeggen dat er baby's geboren worden in kastelen. Zoals in Laken. Ik lag hier op een kombuistafeltje m'n tijd te verdoen in de hoop op andere en betere dagen. En 's avonds hoorde ik m'n ouwe heer m'n moeder neuken. 'k Dacht er het mijne van. Maar gezien ik m'n tijd ver vooruit was, wist ik al wat hiervan het gevolg zou zijn. Inderdaad, nog geen tien maanden na m'n geboorte kwam die rotooievaar al terug aangevlogen. Een broertje. Ze doen maar hé? Ik had medelijden met dat ventje. 's Nachts vertelde ik hem wat hem allemaal te wachten stond in deze heerlijke familie. Ik heb nog altijd schuldgevoelens want m'n broertje liet mij bij het groter worden volkomen links liggen. Want hij moest 's nachts meerdere malen uit de onderste brits om pipi te doen. Vandaar dat hij rechts lag hé? Maar toen waren we al geroutineerde overlevers. En allebei onze tijd ver vooruit.....

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage