GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

zaterdag 21 november 2009

Ik ben papa en ze zullen het geweten hebben… ( 1/3 )

We schrijven en zeggen of omgekeerd, 28 juli 1979. Een mooie warme zomerdag, met een heldere hemel waar witte wolkjes voorbijdrijven als voorbode van een heuglijke dag. M’n vrouw haar buikje staat op springen door de vrucht van onze liefde. We weten al lang dat het een meisje zal worden. Om de één of andere reden hoopte ik op een meisje. ‘k Weet het, de meeste toekomstige vaders hopen op een jongen, maar bij mij lag het anders. De meeste mannen zeggen wel, mij kan het niet schelen als het maar gezond is, maar hopen toch stiekem op een verderzetting van hun roemrijk geslacht.
Maanden op voorhand lag de naam al vast. Ze zou Sabrina heten, gekozen omdat Eddy Merckx z’n dochter ook een Sabrina was. En als hevige fan van Eddy de kannibaal en zelf nog koers gereden te hebben, zag ik het als een eerbetoon om ons eerste kindje ook zo te heten. Om maar te zeggen hoe er achter iedere naam wel ergens een verhaal verborgen zit hé?
We waren op vakantie in Kasterlee, in een bosrijke omgeving. Niet ver van Bobbejaanland. We verbleven in het bos, dat eigendom was van m’n toekomstige schoonouders. In een opgekalefaterde chalet. Met een wc, die verscholen stond achter de chalet. Zo’n hut met een houten plank en een gat middenin. Primitief, maar ’t deed z’n dienst. Alleen de vrouwen vonden het niet zo leuk wegens een overdaad aan spinnen in allerlei grootte. Voor die hun behoefte konden doen, stonden ze eerst een half uur met een vod te zwaaien me bijbehorende kreten en gillen. Maar dat had ook z’n charmes. Op sommige momenten leek het hier op een bivak van de Chiro. Je moet weten dat de aanstaande moeder uit een gezin met negen kinderen komt, wat die volkstoeloop enigszins verklaarde. En vakanties namen we samen. Daar had ik geen bezwaar tegen, hoe meer zielen hoe meer vreugde. Als toekomstige vader kon ik al een beetje oefenen in het vooruitschuiven van eventuele problemen. Waarmee ik bedoel, je ziet de problemen maar je zult ze morgen wel oplossen. Kun je nog volgen? Ik niet, maar dat geeft niet.
Je mag me vrij geloven dat ik dat bos in Kasterlee mis, ’s ochtends als iedereen nog sliep, maakte ik steevast een wandeling langs de achterliggende weiden. Snoof de geur op van de dauw op het gras. Het was alsof er een uitgetrekt pareltapijt lag.
De vogels die in de bomen hun eerste kwetterlied voor mij alleen zongen. Die wisten dat ze niet op zoek naar eten moesten voor hun kroost, want papa in spe strooide royaal met oudbakken brood in ’t rond. Waar meestal die bijtgrage ganzen mee op de loop gingen. Wat is de natuur toch mooi op zo’n door godgeschonken zomerdag. Ik voelde me als een koning tussen m’n landerijen. En de boer zwaaide naar mij vanop z’n tractor. Af en toe deed ik een praatje met hem, over koetjes en kalfjes, om geheel in z’n leefbiotoop te blijven. Maar ik ken wel iets van het leven op een boerderij. De reden dat we zo goed overeenkwamen. Ik vertelde hem dat m’n vrouw in verwachting was van ons eerste kindje. De boer keek naar de lucht en dan naar z’n koeien in de weide en zei: “ ’t Is voor vandaag, let op m’n woorden, ’t is voor vandaag!”
Ik lette op z’n woorden, maar die waren al verdwenen. En wat hadden die melkfabrieken op poten daarmee te maken? Maar een boer is wijzer dan de beste dokter en ik spreek uit ondervinding. We spraken nog een beetje over stieren en varkens, want over koetjes en kalfjes begint al gauw te vervelen hé? in die tijd was ik nog kok in een bejaardentehuis, dus over vlees kon ik ook m’n zegje doen. Wat mij weeral een trapje hoger bracht bij diene boer. Jaren later heb ik vernomen dat diezelfde boer doodgetrapt is door z’n fokstier, een kolos van een beest. Een Schwarzenegger onder de stieren. De boer wou hem helpen bij het bevruchten van Belle, de koe. Tja, ik kan me perfect indenken wat die stier toen gedacht moet hebben. Hoe zou jezelf zijn hé? Maar dit geheel buiten beschouwing latende, gezien we het hier hebben over de bevruchting van mijn vrouw, met alle respect voor de stier. Ik ben zelf een stier, of moet ik zeggen was een stier? Alleen m’n sterrebeeld schiet nog over, maar ‘k kan er mee leven of doe toch alsof.
M’n vrouw stond me op te wachten aan de deur van de chalet, springend van het één been op het andere. Ik dacht, in m’n onwetendheid, dat ze naar de wc moest en er weer zo’n grote spin haar zat op te wachten. Meestal gingen die spinnen gaan lopen als ze mij zagen, je moet niet vragen hoe lelijk ze mij vonden. Ik, die uren voor de spiegel doorbreng om m’n wenkbrauwen en snor in de juiste plooi te kammen. En dan moet ik nog aan m’n haar beginnen. Een beetje ijdelheid siert een mens zei m’n bomma altijd en die kon het weten want ze had nog gezongen in de opera van Gent. Ze had talent en moesten de Duitsers hier niet op bezoek gekomen zijn, had ze waarschijnlijk in de Scala van Milaan op de planken gestaan.
Maar ’t leven loopt soms anders dan men wel zou willen. Je hebt dat niet altijd in de hand. Ik moet altijd lachen als ze in de jaren veertig van de vorige eeuw zongen met Kerstmis over vrede aan alle mensen van goede wil. Terwijl ze begeleidt werden door bombardementen. Ik lach om niet te moeten huilen hé? Er is ooit zo’n kerk getroffen door een bom. Die sloeg in juist naast de kribbe, waarin het kindeke Jezus lag te genieten van het kinderkoor van Sinte Cecilia. Als bij wonder ontplofte de bom niet, maar het kinderkoor had nog weinig goesting om verder te zingen. De parochianen nog minder…en de pastoor hebben ze gevonden in de biechtstoel. Waar hij z’n geloof aan een kritische blik onderwierp. Zo hield hij zichzelve voor. Het Kindeke Jezus trok er zich weinig van aan en bleef lachen. Na wat die Romeinen hem later zouden aandoen, was die bom peanuts.

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage