GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

zaterdag 26 november 2011

Hij komt…3

De Sint was oorspronkelijk een strenge bisschop, die er niet voor terugdeinsde stoute kinderen een flinke pandoering te geven. Z’n knecht, Zwarte Piet, had altijd een paar zweepjes bij. Gemaakt van varkensleer, ineengevlochten door de beste Romeinse zweepjesmakers. En zoals iedereen weet of toch zou moeten weten, was geseling één van hun favoriete tijdverdrijven. Iemand kruisigen was er ook één van. Zelfs nadat ze omgeschoold waren tot christenen.
’t Is pas eeuwen later dat de geschiedschrijvers van oordeel waren dat het maar eens gedaan moest zijn met die bisschop van Myra af te schilderen als een sadist. Voortaan zou hij een goedheilige zijn. De traditie wilde dat in die tijd de mensen hun schoenen buiten zetten, ’s nachts werden er dan munten ingegooid. Zodat de arme stakkers toch één keer per jaar een warme maaltijd konden kopen. Aan de kinderen maakten ze wijs dat Zwarte Piet zwart zag omdat hij door de schouw kroop om te kijken of de kindjes wel sliepen en ook een beetje om versnaperingen achter te laten. De schimmel van de Sint liep met de Sint erop over de daken. ’t Moeten in die tijd stevige daken geweest zijn om zulk gewicht te kunnen dragen. Ik geloof daar geen bal van. Volgens mij krijg je geen enkele schimmel zover dat hij bij temperaturen onder het vriespunt eventjes een wandelingetje zal maken op een dak, stevig of niet…
Denk je nu werkelijk dat Zwarte Piet door de schouw naar beneden klimt? ’t Was winter hé? De meeste huizen hadden een open haard, waarin ze hun spek en hammen rookten. Ik zie het al voor m’n ogen dat zo’n zwarte piet naar beneden glijdt en dan terecht komt in een vuur dat lustig en rustig ligt te laaien. Die dan met een welgemeende godverdomme z’n gat gaat blussen in de verse sneeuw. Als het ware een aangebrande Zwarte Piet. Nee, allemaal flauwe kul om de kindjes bang te maken. Nu ligt het nog veel moeilijker. De schouwen zijn te smal en de meesten staan maar op de daken als versiering. Of dienen om lucht aan te voeren voor de centrale verwarming. Ze zetten nog wel een schoentje, met een wortel of raap, en een schaaltje met twee eetlepeltjes suiker van de Aldi, want de klontjes zijn te duur. Soms zetten ze er ook een pintje bier bij. Ik ken iemand die er ieder jaar een flesje Jupiler bijzet. ’s Morgens is dat pintje dan leeg, heeft de Sint of Zwarte Piet gedaan. Z’n zoontje vroeg hem waarom hij geen twee flesjes naast z’n schoentje kan zetten. Anders maken de Sint en Zwarte Piet toch ruzie? Dus zette de vader ’s avonds twee flesjes. Wonder boven wonder, ’s anderendaags waren die ook leeg. Het jaar daarop werden het er al vier en ’t jaar nadien zes. Z’n vader is geëindigd als zware drankverslaafde. Het geld voor de cadeautjes diende uiteindelijk om bakken Jupiler te kopen. Z’n mama moest het leeggoed gaan omwisselen om haren kleine toch nog een stukje speelgoed te kunnen geven. En dat allemaal door die lieve Sint…
Ieder jaar zakt die lieve Sint ook af naar de scholen. Doet z’n blijde intrede onder het gerinkel van een koeienbel. Je hoort hem van verre al afkomen. Hij komt, hij komt, die lieve goeie Sint…de brave kindjes kijken met blijde verwachting in hun oogjes naar de deur. De stoute kindjes, de pestkoppen van de klas zullen we maar zeggen, kijken met angstogen naar de deur. De Zak van Sinterklaas laat weinig ruimte over aan hun verbeelding. In mijn tijd kon ik er donder op zeggen dat ik die zak over m’n vlaskop zou krijgen. ’t Was de gewoonte in het gesticht om een jutezak over een stout kind zijne kop te trekken. Die zak stonk naar de schimmel, een muffe geur die dagen nadien nog in je neusgaten bleef zitten. Sinterklaas, niemand minder dan onze alom geprezen directeur, herkenbaar aan de wrat op z’n neus, had de onhebbelijke gewoonte om je nog een tik met z’n staf te geven. Je zag het niet aankomen want onder zo’n zak zie je niets. Zo hebben die nep-Sinterklaas en even nep-Zwarte Piet het eens gepresteerd om mij en m’n beste vriend, de Lowie, samen onder één zak te steken. De tik met de staf kwam hard aan. Toch bij Lowie. Een dikke buil was het resultaat. En de Lowie die moord en brand schreeuwde. En terzelfder tijd op en tegen mij plaste. Leuk is wat anders. Of ik schrik had? Welnee, ik was al dertien toen dit gebeurde. Je moet niet vragen met wat ze zich bezig hielden in dat gesticht…Alle middelen waren goed om ons klein te houden en te krijgen. Wij, het zogenaamde uitschot van de maatschappij, hadden weinig of geen keus. ’t Was meedraaien in die mallemolen of naar nog een strenger gesticht gestuurd worden. Ik heb ooit geweten dat Sinterklaas van z’n paard gevallen is, van zattigheid. Onze arme directeur ging op pensioen en zou nog één keer z’n rood slaapkleed aantrekken om ons de stuipen op ’t lijf te jagen. Moet je niet doen als je teveel borreltjes achterover gegoten hebt. Z’n overjaarse knol hield niet van jeneverlucht, deed een stap opzij en daar lag de goeie Sint met z’n klikken en klakken tussen de haag. En de muur van de kapel. De dertienjarigen schoten in een lach. Hadden we beter niet gedaan…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage