GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

vrijdag 21 november 2008

Ridder GoNo is niet meer........


Ridder GoNo zag het niet meer zitten, dat was ook de reden dat hij naast z'n paard liep. Godefroid d' Oxo, da's hetzelfde als Bouillon, was al lang de piste in en op weg naar de Guldensporenslag, ergens in Kortrijk.
't Was nog een heel stukske rijden en er lagen nog geen autostrades, want die moesten nog uitgevonden worden. Niet dat het veel zou uitmaken, want hij zou er toch niet op mogen met z'n paard. En die flitspalen dienen alleen om auto's te flitsen en die waren ook nog niet.......juist.
Dus moest ridder GoNo de weg helemaal alleen afleggen, en te voet naast een paard duurt het ontzettend lang eer ge er zijt. Maar 't gaf hem de tijd om te mediteren en na te denken over z'n leven. Een leven vol geweld, altijd maar strijden tegen onrecht. Hij was het kotsbeu om de armen te verdedigen tegen het galgenaas en de rabauwen. Hij vroeg zich af, waarom hij niet in de politiek gegaan was, 't bracht meer op en hij moest alleen maar veel beloven. Want veel beloven, doet de zotten in vreugde leven hé ?
Verdorie, dacht hij, wat loop ik hier feitelijk te doen ? Tja, dacht Black Beauty, wat loopt ge hier feitelijk te doen ? Geen van beiden wist het antwoord.
“ Kom Blacky, aangezien we toch niet weten wat we hier lopen te doen, kunnen we beter ridderke gaan spelen op het afslachtveld van de Gulden Sporen......” En hij sprong, kwiek als hij was, op z'n wit paard. Ze reden alsof de duivel hen op de hielen zat. Namen zelfs de tijd niet om te eten, hoe rapper hij die Fransozen in de pan kon hakken, hoe rapper hij naar huis kon. 't Zou z'n laatste optreden worden, maar er zou nog jaren, wat zeg ik, eeuwen over gesproken worden. Z'n paard dacht juist hetzelfde, zij het ietske meer aan een hengst waar ze een oogske op had. Maar dat hield ze wijselijk voor zichzelf, bang om te eindigen in één of andere saucijs.
“ Kijk, Beautycase, daar is het afslachtveld.....” sprak onze onversaagde ridder.
Het enige wat Black Beauty zag was een patattenveld, waar een boer aan 't rooien was.
“ He, boerke, waar moet ik zijn om slag te leveren tegen de Fransen ?” vroeg onze ridder op bevelende toon.
“ Akkerdjie, gisteren is er nog zo ene hier gepasseerd en die stelde dezelfde vrage.......”
“ 'k Peinze dat ge in Kortrieke moet zien, da's hier Bellegem, maar ge zijt op de juuste bane, als ge hier rechtendoor rijdt en ge neemt den eerste afslag aan 't kapelleke van de H.Maagd van de Zeven Weeën, dan zit ge recht op de bane naar Kortrijk, maar 'k zou me spoeien want anders gaat ge te laat komen om te sneuvelen” meesmuilde het boerke.
“ Boerke, zijt ge me aan 't uitlachen ofwat ?”
“ A baneeje, 'k endoet, ken zou niet durven, weldedele heer.....”
“ Dan is 't goed, want anders had ik u als ne patat in de grond geplant en 'k had gewacht tot ge wortel schoot.......feitelijk heb ik veel goesting om u aan m'n zwaard te rijgen......” sprak onze ridder op minzame toon.
“ Och Here God, 'k heb zestien bloeikes van kindjes en mijn vrouwe is in verwachting van 't zeventiende, ze heeft tering en een klein beetje pest. Ge gaat me dat toch niet aan doen, heer ridder.....”
Nu hij er eens over nadacht, nee, dat kon hij die vrouw niet aandoen en zeker niet omdat het kindergeld nog niet uitgevonden was.
Hij besloot er verder geen woorden aan vuil te maken, en reed vierklauwens naar Kortrijk. Op een half uurtje stond hij er, wat hem verbaasde, want zo gehaast was hij nu ook weer niet. Hij hief z'n zwaard in de lucht, al roepende en brullende: “ Uit de weg, in de naam van God, doe open die poort.......” De Fransen hoorden het in Kortrijk donderen en dachten dat ze in Keulen zaten.
“ Quel imbécile, il n'y a pas de porte ici......” zeiden ze tegen elkaar, terwijl ze over de grond rolden van de slappe lach. De boogschutters zagen het ietske anders, die zagen een ridder met een groot rood kruis op z'n borst en buik. En 't waren dan nog Vlaamsche boogschutters die meeheulden met de vijand.
“ Mannen, mikken op dat kruis.....”
Onze koene, dappere en tevens onversaagde ridder GoNo werd getroffen door 87 pijlen van zwaar kaliber. Drie pijlen gingen er naast en troffen een paard, een Franse ridder en een hond, die met een afgehakt been aan 't spelen was. In die volgorde.
Verdomme, dat ik zo moet sneuvelen, wie had dat gedacht en 't was m'n laatste opdracht, en ik moest m'n pensioen nog trekken, dacht ridder GoNo. En hij stortte te pletter in de Groeninghebeek. Waar hij alsnog verzoop, want hij kon niet zwemmen.......
Erg hé ? 'k Vind dat ook, 'k had wel een ander einde verwacht, eentje met meer glorie......

©GoNo
ps. Als ge de foto goed bekijkt, kunt ge zien dat ze in 1302 ook al een computerbeurs hadden en links ziet ge moderne koetsen......Ze waren hun tijd ver vooruit, die Klauwaerts en Leliaerts. Niks nieuws onder de zon.....

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage