GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

vrijdag 14 december 2007

Tram 24.

Tram 24.
Tram 24, een toonbeeld van stiptheid, altijd te laat, altijd overvol. 'k Heb een pijnlijke knie, m'n ribbenkast is een beetje doorééngeschokt door m'n valpartij met m'n brommer en 't is dus opgepast geblazen in de tram. 't Valt goed mee, maar een harnas had me veel leed en pijn bespaard. Enfin, tram zet zich in beweging en ik ook. Ik beland bijna op een Marokkaanse schoot, wat direct een kakafonie van Arabische klanken teweeg brengt, waar ik geen bal van versta. Ik ben beleefd opgevoed en zeg sorry, meer uit gewoonte dan uit hoffelijkheid.
Ha, de Marokkaanse deerne van zo'n 60 lentes, ruw geschat, staat op en ik ben er als de kippen bij om me te installeren. Ik weet, ik ben ook niet van de smalste, maar die nam de plaats in van 2 en zat dan nog krapkes. Ik schuif tot tegen het raampje, zodat een ander ook nog een plaatsje heeft. Een troela van jewelste komt naast mij zitten.
Sjonge, ik denk dat die gans den boetiek van Yves Rocher op haar gesprenkeld had.
Jawadde, goed ruiken is één, maar dit is teveel van 't goeie. Ik durf me bijna niet te keren, laat staan draaien. Bij iedere schok van de tram, krijg ik een walm van parfum over mij. God bless me, denk ik !
Mevrouwtje doet haar saccochke open en zoekt iets, 'k ben benieuwd wat het zijn kan...... Ha, een poeierdoos, een lippenstift en een mascara-potlood. Om één of andere reden was ze schijnbaar nog niet content genoeg over haar uiterlijk, vandaar hé? Dat mens heeft gans de rit tot aan de Colruyt, haar gezicht zitten bijplamuren.
Lippen terug in de verf gezet, mascara en oogschaduw, nog wat poeier op haar wangen, borstel door de haren en heel den santeboetiek. Ik dacht of ze heeft geen badkamer of ze zoekt ne vent. Ik bekijk haar zijdelings en ze schenkt me een glimlach à la Mona Lisa. Alsof ze wou zeggen: bekijk me maar eens goed. Ik knipoog naar haar en loop het risico om haar saccoche op m'n muil te krijgen. Maar wie niet waagt, niet wint.
Ze staat recht en leunt voorover, louter toevallig mij een blik gunnende in haar décolleté, sjonge, moesten m'n ogen niet vastgezeten hebben aan pezen en aderen, ze hadden tussen haar weelderige heuvels gelegen.
Sorry, zegt ze met zachte stem, sorry. Even raakt ze m'n hand aan en dan is ze weg.
En ik de ezel, die ik ben, blijf zitten. Terwijl ik ook in de Colruyt moest zijn voor katteneten.Stom, stom, stom..........
Ik was haar parfumwinkel al gewoon aan het worden en ze zag er met al haren schmink geweldig patent uit of kwam het door haar weelderige boezem, 't zal wel allebei zijn. Ik ben van plan alle dagen katteneten te kopen in de Colruyt, misschien kom ik haar wel eens tegen. Wat ik ga zeggen tegen haar? Dat ze goed ruikt en mooie ogen heeft, met mijn ogen gericht op...........ge weet wel waar hé? Juist, op den hemel, waar anders hé?
©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage