GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

woensdag 26 juni 2019

O Romeo, waar ben je?





Vroeger kon ik al m’n dromen ‘s anderendaags herinneren. Kon ik ze navertellen en ze zelfs aanvullen met de nodige fantasie. M’n dromen, toen ik nog klein was, ongeveer een halve meter groot, speelden zich af in een wereld van ridders en jonkvrouwen, draken en gevechtsscenes waar Jean Claude Van Dam een puntje kon aan zuigen. Maar in die tijd was hij nog niet bekend. Het was meer Kapitein Zeppos, Axel Nort, de Kat ( voorloper van Batman ) en ons aller Zorro. Hoe vaak ik onze hond gebruikt heb als Tornado, ik weet het niet meer. Onze bouvier liet het gewillig toe, alleen hinikken viel hem zwaar...het leek meer op het gehijg van een overjaarse kat die net uit een beek geklauterd was en tot de conclusie was gekomen dat er nog een beetje gesleuteld moest worden aan z’n honderd meter schoolslag…

Soms vraag ik me af of ik nog wel droom. Ik schiet meestal wakker omdat ik dringend een plasje moet gaan doen. Waarna ik dringend op zoek ga om iets in m’n mond te proppen. Niet dat ik echt honger heb, maar het is een ritueel geworden. M’n kat doet net hetzelfde, raar maar waar. Als ik droom van een mooie vrouw, kan ik er gif op innemen dat als ik de droom terug opneem, ze veranderd is in een lelijke heks met een bobbel op haar neus en een ribbenkast waar je piano kunt op spelen…

Ik spring ook in m’n dromen van de hak op de tak. Daar zit dan zo een leprachaun die de tak met een grijns aan het doorzagen is. Met gevolg dat ik uit m’n bed donder en de kat in de gordijnen jaag. En dan begint pas het feest. Probeer maar eens in slaap te geraken als de buurvrouw juist dat moment gekozen heeft om mij te laten genieten van haar hoogtepunten. Dus verhuizen naar de living. Kat denkt ‘t is hier de moment om te laten zien dat hij er ook nog is. Beetje ravotten met z’n balletje en z’n versleten stoffen muis. Ik zet me voor de pc, twijfelend of ik dat duivelsding wel zou starten. Ik weet van mezelf dat ik niet stop voor ik de grootste onnozele filmpjes op YouTube gezien heb. Als dat niet helpt, kijk ik wel naar Netflix. Een uurtje meer of minder zal het niet maken hé?

M’n ogen worden moe, m’n lijf ook. Ik dommel zachtjes in, droom van een deerne die op een balkon staat te kwelen. Ze roept constant Romeo naar mij. Trut, denk ik, ik heet helemaal niet Romeo. Een voorbijgangster ( dat is een gangster die toevallig voorbij komt ) zegt dat de dame in kwestie Juliette heet, voor de vrienden Julia. Het is een beroemd stuk van ene Schaakspier. Tientallen films en boeken over geschreven, vertrouwt hij me toe op samenzweerderige toon. Louche kerel, maffiatype is m’n conclusie. Die Julia kan een stukske zagen , haar vader was waarschijnlijk een schrijnwerker.

O Romeo, waar ben je?’
Julia, verdomd viswijf, ik sta onder je balkon...’antwoord ik heel gevat, het spelletje meespelend.
O Romeo, ik zie je niet, maar hoor je wel!’
Julia, ik sta hier goed en daarbij het gaat volgens de weerman regenen. Plaatselijk weliswaar, maar ik sta hier droog...’
O Romeo, zal ik m’n paraplu nemen want ik ben net naar de kapster geweest...’
Julia, de druppels hebben geen vat op jou, ze glijden van je af wegens de kilo’s haarlak die ze erop gespoten hebben...’

En kijk, wat heb ik gezegd? Ze verandert in een kwakende pad met van die lelijke puisten. Ze zal zeker niet gekust worden door mij. Ik word met kloppend hart wakker, alleen al door het feit dat ik met m’n aanminnige gelaat op m’n toetsenbord terecht gekomen ben.

Dat heb je met indommelen hé?

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage