GoNo's Gedichten & Verhalenhoek

De hersenspinsels van een zelf- en door anderen verklaarde dichter/schrijver.

maandag 9 augustus 2010

Overleven is een kunst...

Hij zit al jaren in de knoop met zichzelf. Heeft het klassieke rijtje van psycholoog, psychiater en andere zielenknijpers doorstaan. Alle mogelijke testen moest hij ondergaan. Ze hebben hem binnenste buiten gekeerd, proberen door te dringen tot de diepste kern van z’n bestaan. Is hij nu begaafd of is hij een meester in het manipuleren van andermans gedachten? Ze geraken er niet uit. Waarom is hij de ene keer vrolijk, de nadere keer zo somber als de pest? Waarom sluit hij zich telkens weer op in z’n ivoren toren? Waarom duiken die huilbuien zomaar op uit het niets? Vele waaroms, weinig daaroms.
Misschien ligt de sleutel ergens in z’n nog jong verleden. Maar geen enkele sleutel, die ze denken gevonden te hebben, doet dat ene deurtje open. Soms lijkt het op een kiertje te staan, komt er een streepje licht kijken. Om dan plots weer dicht te slaan. Of hij soms stemmen hoort in z’n hoofd? Welnee, de enige stem die hij hoort is die van de hooggeleerde professor psychologie, die hem juist de vraag stelt of hij soms stemmen hoort. Hij glimlacht, vindt de vraag absurd, kijkt de zielenknijper recht in de ogen. De hooggeleerde voelt er zich plots ongemakkelijk bij. Er zit niets anders op om hem opnieuw te testen, als we hem dan toch niet kunnen genezen, kunnen we altijd nog wat experimenteren. Er is nieuwe medicatie op de markt, baat het niet dan is er nog niets verloren. De specialist in gedachtenontleding neemt z’n dossier persoonlijk in handen. Met overdreven vriendelijkheid speelt hij de rol van een vader die bezorgd is om het wel en wee van z’n kleintje. De eerste stapjes worden gezet om het vertrouwen te winnen. ’t Is allemaal zo doorzichtig. En weer ziet de psycholoog dat flauwe glimlachje. Dat twinkelen van z’n ogen. Lacht hij mij uit, vraagt hij zich af. Ben je er mee aan ’t lachen? Jawel is het antwoord. Recht voor z’n raap. Die jongen is abnormaal, zoveel is zeker, is z’n conclusie. Hij moet wel gek zijn om zomaar te lachen met een professor in de psychologie…

De non, zowat de enige die moederlijke gevoelens koestert voor de knaap, vraagt hoe het geweest is. De jongen voelt dat ze het vraagt uit bezorgdheid, niet om door te dringen door z’n zorgvuldig opgebouwde pantser. De non is medelevend, probeert hem niet te kwetsen, wat niet altijd gemakkelijk is bij een knaap van twaalf jaar, die plotseling in een observatie-instelling terecht gekomen is.
“ Wat scheelt er ? Was de professor niet vriendelijk genoeg?”
De jongen kijkt haar aan, één enkele traan vloeit er over z’n wang.
“ Ik mis m’n mama en broertje en zusjes…”

De non heeft de sleutel naar z’n hart in handen, maar besluit om er geen gebruik van te maken. Vermeldt het zelfs niet in haar dagelijks rapport. De jongen is er haar dankbaar voor. Ondergaat de nieuwe testen, waarvan hij bij voorbaat al weet wat het resultaat zal zijn. Krijgt nieuwe medicatie toegediend. Iedere dag twee pilletjes om te beginnen. Na een week komen er ook nog druppeltjes bij. Dertig welafgemeten druppeltjes. De jongen is braaf, lacht nu helemaal niet meer, doet wat er van hem verlangd wordt. Zit soms uren te suffen op het bankje onder de eeuwenoude eik. Leest de Leeuw van Vlaanderen, gedichten van Guido Gezelle, schrijft zelf gedichten. Vlucht weg van de realiteit. Begint meer en meer de non als een surrogaat-moeder te bezien.
De non neemt het op voor de jongen. Gaat aankloppen bij de professor. Vindt dat men moet stoppen met het vergooien van een jong leven. Stoppen met medicatie. De professor wijst haar met strenge blik de deur. Sedert wanneer is het de gewoonte dat nonnen zich bemoeien met de behandeling van z’n patienten?

Twee dagen nadien wordt de jongen voor dag en dauw van z’n bed gelicht. Het weinige dat hij bezit, staat in de lange met witte tegels beklede gang. Z’n hele leven in één kartonnen doos. Twee mannen begeleiden hem naar de keuken. De non, zijn non, geeft hem een lunchpakketje en een appel, voor onderweg. Mag ik naar huis, vraagt hij? De non draait zich om, tranen in haar ogen.
Mag ik naar huis, vraagt hij nogmaals, maar nu aan beide mannen. Jazeker is het antwoord…

De kolossale poort slaat met een hard geluid achter hem dicht. Een pater Jezuïet gebiedt op barse toon hem te volgen. De jongen is in paniek…

©GoNo

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage